Magazine Sax, 29 maart 2006
Niet lullen, maar poetsen!
De archeoloog die in het jaar 3500 de vierkante meter in Den Haag om moet spitten moet van goede huize komen.
Door Steven de Jong
Een voor de hand liggende conclusie zou zijn: 'In Den Haag leefde de
meest vooruitstrevende stam van het Westelijk halfrond die tot het
uiterste ging om burgers te betrekken in de ontwikkeling van haar
imperium'. Wanneer hij oostwaarts verder graaft, moet hij dat ietwat
bijstellen: 'Daar achter de duinen bivakkeerde een autistisch volkje,
welke in de veronderstelling leefde de drijvende kracht achter de
samenleving te zijn.'
Welke conclusie het dichtst bij de waarheid komt laat ik aan u over.
Interessanter is de vraag waarom het kliekje achter de duinen het de
archeoloog anno 3500 zo moeilijk maakt. Dat ligt, zo voorspel ik, aan
twee woorden: innovatie en participatie. Termen die dan nog moeilijker
te ontcijferen zijn als destijds de hiërogliefen van de Egyptenaren.
Nederlandse beleidsmakers scheppen namelijk het beeld dat alles wat zij
bedenken innovatie is. Er is zelfs een platform dat zich ernaar
vernoemd heeft, met JP als voorzitter. Wat ze doet? Al sla je me dood.
Wat moet ik me voorstellen bij 'Project Sociale Innovatie 2006'? Dat we
elkaar in plaats van een hand, voortaan een voet gaan geven? Nee, niets
van dat. Het houdt in, zo zeggen ze zelf; "flexibel organiseren,
dynamisch managen en slimmer werken". Nee, daar wordt je wijzer van.
Vorige week lanceerde een jongerenbeweging, genaamd LuxVoor, zichzelf
met de publicatie ‘Verenigd in Vooruitgang’. Prachtig stuk, bijna
literair, maar ik heb er weinig van begrepen. Ik werd verblind door een
leuzensaus van ‘ontplooiing’, ‘binding’, ’participatie’, ‘flexibel’ en
meer van die hippe kreten waarvan de lezer in extase moet raken.
“Kernwoord is dynamiek”, voegden ze er nog aan toe. Maar natuurlijk!
LuxVoor deelt naar eigen zeggen “een vurig geloof in vooruitgang”. En,
om het een beetje gewichtig te brengen, citeerde de club een groot
leider. In dit geval John F. Kennedy: “Sommige mensen zien de dingen
zoals ze zijn, en vragen: waarom? Ik droom van dingen die niet bestaan,
en vraag: waarom niet?” Iedereen ijlt weleens, maar om mensen daar nog
na hun dood mee te confronteren… Ik vind dat niet kies.
Volgend jaar
krijgen we een premier die het boek ‘Dit land kan zoveel beter’ op zijn
naam heeft staan. ‘Maar ik vertel lekker niet hoe!’, had de ondertitel
kunnen zijn. Ik zie door de bomen het Bos niet meer.
Magazine Sax, 6 maart 2006
De burger als consument
Laatst kwam ik erachter dat een goede vriend van mij CDA had gestemd.
Dat was even schrikken, zoals je begrijpt. CDA, en hij schaamde zich er
niet voor.
Door Steven de Jong
Toen hij begon te brabbelen over normen en waarden heb ik maar gauw een
biertje uit zijn koelkast gepikt. Dat maakte het wat draaglijker.
Toch had Balkenende met dat normen- en waardendebat wel degelijk een
punt. "Burgers gedragen zich als consument van de samenleving", stelde
de morele autoriteit des vaderlands bij zijn aantreden. Jammer alleen
dat onze geliefde leider bleef steken in gemoraliseer over fatsoen.
Over plantjes die je niet uit de grond mag trekken, papiertjes die je
niet op straat mag gooien en collega's die je niet mag pesten. Op dat
laatste punt schijnt de moraalridder een ervaringsdeskundige te zijn,
als lijdend voorwerp welteverstaan. Dus hij wist waarover hij sprak,
wat niet altijd het geval is.
Maar het gedelibereer over een publiek moraal heeft niet geleid tot een
heropgevoede burger. Het paradijs der beschaving blijft uit. In de
tussentijd heeft de regering zelfs het consumentschap bevorderd.
Overheden benaderen burgers in toenemende mate als klanten. Ze kunnen
hun eigen energiemaatschappij en zorgverzekering uitkiezen en in de
lokale politiek wordt de schijn gewekt dat ze zelf problemen op de
agenda kunnen zetten. Voor de ontzuiling, de ontworteling van burgers
uit een ideologisch kader, hebben we een zelfzuchtige burger
teruggekregen.
De hoogte van de energierekening, de hypotheekrenteaftrek, zorgpremies
en de afschaffing van het prepensioen. Zodra burgers het in de buidel
voelen, gaan ze de barricades op. Maar voor echt wezenlijke zaken,
zoals milieu en mensenrechten, vind je ze niet op het Museumplein.
Simpelweg omdat er geen direct voordeel uit te behalen valt, of gewoon
omdat het dan opeens een ‘ver-van-mijn-bed-show’ heet.
Wil de regering nog enig publiek moraal ontlokken, dan zou ze de
volgende vraag aan de burgers voor moeten voorleggen. Moeten we u
beschouwen als een consument van de BV Nederland of als aandeelhouder
van een samenleving die valt of staat met de inbreng van individuen? De
bewustwording die van zo’n vraag uitgaat, kan dan misschien leiden tot
meer directe democratie.
Alleen vooralsnog ziet het er naar uit dat
Nederlanders zich in een referendumsysteem net zo onverantwoordelijk
zullen gedragen als in Californië. Daar stemmen ze voor betere wegen en
tegelijkertijd voor verlaging van de wegenbelasting. Aldaar gaat het
individueel belang boven het collectief belang, zelfs als de overheid
erdoor failliet gaat.
Politiek-digitaal.nl, 7 februari 2006
Segregatie, helemaal zo gek nog niet
Opperwezens beledigen, of zelfs maar afbeelden, schijnt anno 2006 de
bom te zijn. Helaas moeten we dat nog letterlijk nemen ook. Terwijl ik
dit schrijf is de moeder aller cartoon-oorlogen nog vers.
Door Steven de Jong
Zojuist is de Deense ambassade te Syrië in de hens gezet. Op internet
zie ik voor het gebouw een woedende menigte, terwijl een brandweerman
een lullig straaltje op de vuurzee richt.
Nog mis ook. Het is
bedroevend te constateren dat vanuit de moslimwereld een cartoon meer
protest oproept dan aanslagen die reli-fanaten uit naam van Allah
plegen. Ik denk dan: wie drijft nou meer de spot met de islam?
Terroristen of Deense cartoonisten?
Versmelting religie en individu
Sommige publicisten menen dat de moslimwereld in een identiteitscrisis
verkeert. Ik geloof daar niet zo in. Volgens mij wordt de identiteit
van moslims juist te sterk bepaald door hun culturele afkomst en
geloof. Identiteit wordt bij moslims niet zozeer door genen of
zelfontplooiing gevormd, maar door de religie en cultuur van de
gemeenschap. Religie en individu worden als het ware samengesmolten.
Het verklaart waarom moslims zich als collectief gekwetst voelen door
de spotprenten.
Nationalisme
Het meest onverstandige antwoord op dit probleem wordt gegeven door de
nationalisten en conservatieven. Zij zien vreemdelingen als
ondermijnende krachten van de westerse cultuur en verwijzen daarbij
naar de teloorgang van ‘geborgenheid’, de ‘eigenheid’ en zelfs
‘zuiverheid’ van de samenleving en het volk. Volgens de filosoof Dirk
Verhofstadt beschouwen zij devotie, zelfopoffering, zelfverloochening
en plichtsbesef tegenover de volksgemeenschap als positieve, zelfs
noodzakelijke waarden. Net als islamitische regimes dringen zij de
samenleving een identiteit op; een nationale identiteit. De VVD
verloochent zelfs haar liberale grondslag in haar ideologische
integratiepolitiek van normen en waarden.
Somalisch succes
Het is vechten tegen de bierkaai: we kunnen iemands keuze voor cultuur
of religie, in hoeverre die nu uit vrije wil is of niet, niet
ongestraft ontnemen. Beter is om die keuze enerzijds te respecteren en
anderzijds individuen in die gemeenschappen extra te stimuleren tot
zelfontplooiing van hun unieke kwaliteiten en persoonlijkheden. Dat dit
succes heeft, hebben de Nederlandse, veelal islamitische, Somaliërs
bewezen die de afgelopen jaren massaal emigreerden naar Engeland. Waar
ze in Nederland faalden, daar slagen ze aan de andere kant van de
Noordzee als ondernemende, hardwerkende burgers. Aldaar worden ze niet
gemaand tot integratie, maar krijgen ze de vrijheid om als individuen
binnen de groep een volwaardige sociaal-economische bijdrage te
leveren. Hun aanwezigheid leidt, in tegenstelling tot Nederland, daar
niet tot spanningen tussen bevolkingsgroepen.
Private en publieke provocaties
Terugkomend op de cartoon-oorlog. In wezen gaat het debat, voor zover
het nog een debat te noemen is, om de vrijheid van meningsuiting versus
de godsdienstvrijheid. Burka’s, en in mindere mate hoofddoekjes, worden
door nogal wat autochtonen gezien als een provocatie tegen de westerse
cultuur. Anderzijds wordt de integratiepolitiek nogal eens opgevat als
een aanval op het geloof; zoals ik al zei, bij moslims lijken
geloofsbeleving en individuele expressie met elkaar versmolten te zijn.
Een strikte scheiding aanbrengen tussen de private geloofsbeleving en
het ‘publieke burgerschap’ valt daarom niet zonder hevig structureel
verzet op te dringen. Verzet dat zich naar goed islamitisch gebruik in
het smijten van stenen uit, zoals we zagen in die zwaar middeleeuwse
beelden die ons de afgelopen dagen vanuit Syrië en Libanon bereikten.
Segregeren
Misschien wordt het daarom tijd om de ideologische politiek te
vervangen door pragmatische, autonome politiek. Laat die zwarte wijken
maar komen, zo ook die zwarte scholen en kap eens met die
inburgeringscursussen. Waarom verzetten we ons hier zo tegen
segregatie? In New York voelt iedereen zich New Yorker, maar is de
samenleving volledig gesegregeerd in gemeenschappen: in Italiaanse,
Joodse, Chinese, Afro-Amerikaanse, Caribische en Arabische wijken. De
‘New Yorkse identiteit’ staat gelijk aan verscheidenheid, leven en
laten leven.
Wanneer we streven naar een sociaal-economisch gezonde samenleving,
waarin mensen zichzelf kunnen bedruipen, kunnen we het beste onze
pijlen richten op de autonome ontwikkeling van soortgelijke culturele,
gesloten gemeenschappen. Gemeenschappen binnen een samenleving. Wie
ervoor kiest om zich te onderwerpen aan een gemeenschap en niet aan ‘de
natie’, moet die ruimte geboden worden. In Engeland werkt deze aanpak
(beter gezegd: non-aanpak), in New York ook, dus waarom niet in
Nederland?
Weinigen zullen dan meer de behoefte of noodzaak voelen om de eigen
cultuur te laten wedijveren met een andere cultuur. Laten we ons er dus
maar bij neerleggen dat de skyline van Rotterdam binnen niet al te
afzienbare tijd gedomineerd wordt door minaretten, dat gereformeerden
zich terugtrekken op de Veluwe. Zolang ik me als verdorven westerling
en ongelovige hond van geen van beiden wat hoef aan te trekken, vind ik
alles best.
Politiek-digitaal.nl, 6 februari 2006
Wakker Dier strooit zand in raderen risicocommunicatie vogelgriep
Er is niets verkeerds aan lobbyen of het beïnvloeden van de publieke
opinie voor een diervriendelijker bestrijding van de vogelgriep. Maar de
wijze waarop Marianne Thieme munt slaat uit de dreiging van een
mensdodelijke pandemie is misdadig.
Door Steven de Jong
Met haar campagne 'Rem het virus, eet geen kip' strooit ze zand in de raderen van de professionele risicocommunicatie.
Thieme is directeur van de stichting Wakker Dier. Wakker Dier is in
januari 2001 gefuseerd met de stichting Lekker Dier en is daarmee de
grootste dierenbeschermingsorganisatie tegen de bio-industrie in
Nederland geworden. Lekker Dier is destijds opgericht als protest tegen
het matige verweer dat de Dierenbescherming had tegen de bio-industrie.
In het geniep richtte Lekker Dier eind jaren zeventig het militante
Dierenbevrijdingsfront (DBF) op.
Politieke ambities
Tegen het NRC Handelsblad verklaarde toenmalig bestuurslid Wim de Kok
in 2003 dat Lekker Dier in eerste instantie werd gezien als het extreme
broertje van de Dierenbescherming. “Door het DBF kregen we een
middenpositie, en nam onze invloed in gesprekken met de overheid toe”,
aldus De Kok. Inmiddels heeft stichting Wakker Dier ambities om zelf
‘overheid te worden’. Met de Partij voor de Dieren (PvdD), de snelst
groeiende politieke organisatie op dit moment, doet Thieme in 2007 mee
aan de parlementsverkiezingen.
Gekleurd lesmateriaal
Toch heeft Wakker Dier met het afschudden van haar criminele veren,
haar sluwheid niet verloren. Thieme heeft sabotage en brandstichting
verruild voor manipulatie en indoctrinatie.
Internet wordt daarbij gretig ingezet. Bedenkelijk is de afdeling
‘School’ op www.wakkerdier.nl. Voor docenten heeft Wakker Dier het
zogenaamde docentenpakket ontwikkeld; bestaande uit een educatiefilm,
een handleiding met werkbladen, voorbeeldlessen en scholierenkranten.
Bedoeld voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool.
Het bijgesloten filmpje is doorspekt met anti-specisisme; de ideologie
die discriminatie op grond van het behoren tot een bepaalde soort
veroordeelt. Door een klaslokaal vol te proppen met kinderen, het licht
uit te doen en toiletemmers te plaatsen, wordt gepoogd de jeugdige
kijkers het besef bij te brengen hoe moreel verkeerd de stallen in de
bio-industrie wel niet zijn.
Ook beheert de stichting de site www.dierenwerkstuk.nl. Daar worden
kinderen aangemoedigd een werkstuk te maken op basis van eenzijdige,
belastende informatie tegen de bio-industrie. Dat alles met als doel de
kinderen te rekruteren voor de missie van Wakker Dier. Thieme
verklaarde in november 2003 tegen dagblad Trouw dat ze haar werk ziet
als een emancipatiestrijd. Na de bevrijding van de slaven, de arbeiders
en de vrouwen is het nu tijd voor de bevrijding van de dieren, vertelde
ze.
Iedereen mag natuurlijk zo zijn idealen hebben. Ook is er niets op
tegen om kinderen van tien à twaalf jaar bekend te maken met extreme
ideologieën in een gezonde onderwijsomgeving. Maar het gaat te ver als
docenten lesmateriaal gebruiken dat door actiegroepen is vervaardigd,
dat kinderen toetsen krijgen waar mensen als Thieme de vragen en
antwoorden voor bedacht hebben.
Virusremmer
Als we het hebben over het brengen van gekleurde informatie in een
objectief jasje, breekt de website www.virusremmer.nu alle records.
Daar wordt een wel heel merkwaardige vorm van risicocommunicatie over
de vogelgriep gebezigd. ‘Rem het virus, eet geen kip’, luidt de
campagne die op de radio door televisiemaker Wim T. Schippers wordt
gepromoot.
‘Georganiseerde misdaad’
Dat Schippers hiervoor wordt ingezet is begrijpelijk. Als
oud-presentator van de Nationale Wetenschapsquiz identificeert het
publiek hem met objectiviteit, terwijl de oud-Rietveld student in
werkelijkheid een kunstenaar is met talent voor absurdisme, humor en
het doorbreken van taboes. Ook is hij fanatiek dierenliefhebber. In mei
2004 kreeg hij van het ministerie van Landbouw de opdracht een
“ironisch getinte column over duurzame landbouw” te schrijven. De
opdracht liep spaak, omdat Schippers zich niet aan de opdracht had
gehouden en volgens een woordvoerder in “een eenzijdige
scheldkanonnade” tegen de vleesindustrie van leer was getrokken. In het
stuk verweet hij de overheid “systematische marteling” en dichtte de
bio-industrie de kwalificatie “grootschalige georganiseerde misdaad”
toe.
Geregisseerd ongeluk
Met veel poeha hing Schippers het ‘conflict’ pseudo-verontwaardigd aan
de grote klok. Wakker Dier, die in eerste instantie de vergoeding voor
de column zou opstrijken, publiceerde het en liet meteen een
persbericht uitgaan. Voor Marianne Thieme en Wim T. Schippers een
‘geluk’ bij een sluw geregisseerd ongeluk. Met deze geschiedenis zal
het dan ook niemand verbazen dat de twee elkaar weer hebben gevonden in
de campagne ‘Rem het virus, eet geen kip’, waarin Schippers het
volgende verkondigt: “Als je vaker naar de groenteboer dan naar poelier
of slager gaat, maak je de kans op verspreiding van vogelpest kleiner.
Daarom; rem het virus, eet geen kip!”
Publieke interpretatie
Terecht heeft de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders eind november 2005
– namens nog zes andere vleesverwerkende organisaties - via een kort
geding een onmiddellijke stop van de campagne geëist, vanwege de
directe relatie die Wakker Dier legt tussen het eten van kip en de
vogelgriep. De president van de rechtbank van Amsterdam stelde echter
Wakker Dier in het gelijk, hoewel procureur mr. A.A.H. Bruinhof wel een
erg lang en omslachtig pleidooi nodig had om de misleidende
campagneleus wetenschappelijk te kunnen legitimeren. In het pleidooi
wordt min of meer toegegeven dat de publieke interpretatie (lees:
bedoeling) van de campagneleus anders is dan de informatie waarop zij
gebaseerd is. Wakker Dier mag die verwarring zaaien, zo heeft de
rechter besloten.
Vrije meningsuiting
Thieme liet in een persbericht weten: “Als deze eis was toegewezen,
zouden heel veel maatschappelijke organisaties een ernstig probleem
hebben gekregen met het vragen van aandacht voor hun doelstellingen.
(..) Het kan en mag niet zo zijn dat commerciële belangen gesteld
zouden worden boven een groot goed als de vrijheid van meningsuiting.
(..) Voor zover bekend is het de eerste maal ter wereld dat getracht is
een maatschappelijke organisatie die een mening uitdraagt in relatie
tot de vogelpestcrisis, via de rechter het zwijgen op te leggen.”
Ophokplicht
Maar is het voor de argeloze luisteraar wel zo duidelijk dat het om een
mening gaat? Ik denk van niet. Wim T. Schippers misbruikt zijn
‘wetenschappelijke status’ om luisteraars te overtuigen. En Marianne
Thieme verdoezelt op slinkse wijze de haar onwelvallige feiten. Het
vogelgriepvirus verspreidt zich immers niet langs de machinerie van de
bio-industrie, maar langs kleine dorpen waar ambachtelijke boertjes
achter hun scharrelkippen aanrennen; waar trekvogels voor besmetting
zorgen en mens-dier contact een rol speelt. 'Rem het virus, eet geen
scharrel maar gewone kip', zou daarom een betere slogan zijn. Maar ja,
dat strookt niet met de doelstelling. Wakker Dier stelt zich naar eigen
zeggen namelijk "exclusief ten doel op te komen voor de belangen van de
dieren in de bio-industrie". En dat rijmt niet met een verbod op
scharrelen, ofwel een ophokplicht: een zaak waar Wakker Dier eerder fel
tegen tekeer ging.
Kipconsumptie gedaald
Het effect van de vogelgriepangst waar Wakker Dier op inspeelt is te
merken. Op 24 januari meldde Thieme op haar weblog – verwijzend naar de
cijfers van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren - dat de
kipconsumptie afgelopen november met 9,3 procent is gedaald. “De
grootste daling sinds de vogelpestuitbraak in 2003”, aldus de directeur
van Wakker Dier.
Risicocommunicatie
Laat duidelijk zijn dat Thieme het volste recht heeft te protesteren
tegen de bio-industrie. Ook staat ze met haar organisaties vrij in het
aan de kaak stellen van de wrede wijze waarop kippen en eenden worden
geruimd. Maar met de campagne ‘Rem het virus, eet geen kip’ verziekt ze
de esthetische discussie over dierenrechten, en draagt ze bij aan de
paniek die bij een dreigende crisis juist gekanaliseerd dient te worden.
Omwille van haar eigen doelstellingen, bemoeit ze zich met de wijze
waarop burgers moeten omgaan met de dreigende virusuitbraak. Daarmee
doorkruist ze de risicocommunicatie van de overheid. Waar instanties
als het RIVM, het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie,
alsmede influenza-deskundigen als Ab Osterhaus en voorlichters van LNV
en VWS zich zo zorgvuldig mogelijk uitlaten op dit vlak, daar meent
Marianne Thieme zich te kunnen veroorloven de burgerbevolking op te
hitsen voor dreigend onheil; waarbij ze het zelfs nog in haar hoofd
haalt de pluimveesector als daders aan te wijzen.
Onverantwoordelijk
Risicocommunicatie gaat om het kanaliseren van publieke emoties, het
stimuleren van zelfredzaamheid en het beteugelen van ongewenste sociale
mechanismen. Dat ter voorkoming van maatschappelijke ontwrichting. Wat
Marianne Thieme doet is niets anders dan het strooien van zand in die
raderen; simpelweg door haar principes te verkopen als objectieve
voorlichting. Of dat juridisch door de beugel kan is dan niet eens meer
de vraag.
We kunnen slechts betreuren dat iemand die zich verkiesbaar
stelt voor de parlementsverkiezingen, zich zo onverantwoordelijk durft
te gedragen. Nog voordat het vogelgriepvirus hier voet aan de grond
heeft gezet, worden we getrakteerd op het eerste crisisverschijnsel,
namelijk angst: in de persoon van Marianne Thieme.
Politiek-digitaal.nl, 23 januari 2006
Monopoliepositie werd Fathers 4 Justice fataal
Eén van de meest succesvolle agendasetters van de afgelopen tijd is
ongetwijfeld Fathers 4 Justice (F4J), een actiegroep van gescheiden
vaders die strijdt voor eerlijke omgangsrechten met hun kinderen.
Door Steven de Jong
Ze maakten 'vaderrechten' tot een begrip door als Batman, Robin of Spiderman overheidsgebouw na overheidsgebouw te beklimmen.
De actiegroep werd een beweging op zich; een succes dat, naar nu blijkt, haar ondergang is geworden.
Naast ludieke acties, pleit F4J op serieuze toon in de media voor
hervorming van het familierecht. Internet gebruiken ze om te netwerken
en ter documentatie van hun publicaties. F4J verwierf internationale
bekendheid, vestigde dependances in Amerika, Canada, Australië en
Nederland en kon tot voor kort op een groeiend draagvlak onder de
bevolking rekenen.
Hiërarchische organisatie
De actiegroep wordt geleid door onbetaalde vrijwilligers, staat als
non-profit organisatie ingeschreven bij de Engelse Kamer van Koophandel
en heeft haar naam als handelsnaam gedeponeerd. Wie zonder toestemming
de naam F4J gebruikt om wat voor actie dan ook te doen, kan juridische
stappen tegemoet zien. Ook lezen we op de internetsite dat F4J van de
leden 'discipline' en 'loyaliteitsbesef' verwacht. Leden moeten zich
aan de grondbeginselen van de actiegroep houden. F4J gaat er prat op
een hiërarchische organisatie te zijn die wordt aangestuurd door teams
van coördinators in binnen en buitenland.
Radicalisering
Tot zover het succes, tot zover het organogram, tot zover de statuten.
Want Fathers 4 Justice is niet meer, althans: de Nederlandse tak van de
organisatie kondigde 19 januari aan dat zij per direct haar
activiteiten uitstelt en plannen voor directe actie in de kast zet. Het
Engelse hoofdkwartier besloot eerder definitief te ontbinden.
In een officiële verklaring laat oprichter Matt O'Connor weten dat hij
geen toekomst meer ziet in F4J, nu extremistische sympathisanten onder
zijn vlag zelf acties beramen waar de coördinatoren geen grip op
hebben. Hij spreekt over een groeiende groep 'militant extremists' die
de naam van de actiegroep gekaapt (in zijn woorden: ‘hijacked’) hebben.
De actiegroep raakte verstrikt in geruzie, sommige leden
radicaliseerden. Er werden valse bombrieven naar gerechtsgebouwen
gestuurd en advocaten kregen dreigmailtjes. O'Connor zag zich in het
afgelopen jaar genoodzaakt dertig leden te royeren.
O'Connors definitieve besluit om de organisatie op te heffen viel nadat
bekend werd dat agenten van de anti-terreureenheid van Scotland Yard
een gesprek van F4J-symphatisanten hadden opgevangen in een kroeg. De
gescheiden vaders zouden aan de borreltafel het idee hebben postgevat
om Leo Blair, de 5-jarige zoon van de premier, te ontvoeren. Wilde
plannen, die niet echt op publieke steun konden rekenen. Kidnapping van
familieleden van politici is immers niets minder dan pure terreur.
Monopolie op ‘vaderrechtenbeweging’
De paradox van Fathers 4 Justice is dat het is uitgegroeid tot een
brede beweging, terwijl ze pretendeerde een hiërarchische actiegroep te
zijn met een bestuur en een statuut. De theorie achter de actiegroep
kwam steeds verder af te staan van de praktijk. In het actiewezen is
het strijden voor 'vaderrechten' ook redelijk nieuw. De introductie van
het begrip 'vaderrechten' kan bijna volledig op het conto van F4J
geschreven worden. In die zin is het ook niet zo vreemd dat er kleine
cellen van activisten een gevestigde naam als F4J gebruiken om hun
'zaak' kracht bij te zetten.
Wat F4J de das om heeft gedaan, is dat zij pioniers zijn geweest; de
vonk die heeft geleid tot een soort 'vaderrechtenbeweging' waar de
actiegroep zelf het monopolie op kreeg. F4J is synoniem geworden aan
'vaderrechten', wat ertoe toe leidde dat de naam publiek bezit werd.
Waar andere bewegingen - zoals de milieu- en dierenbeweging - zich
kenmerken door een palet aan splintergroeperingen, daar verenigden en
concentreerden de vaders zich onder de vlag van F4J.
Het ledenaantal
groeide explosief, zo ook het aantal sympathisanten. Hoewel sommige
leden radicaliseerden, splitsten zij zich niet af als
splintergroepering met een andere naam: F4J stond gelijk aan de
beweging, en andersom. Zo kon het dus gebeuren dat namens F4J valse
bombrieven werden verstuurd, advocaten werden bedreigd en er een
ophanden zijnde ontvoering gerelateerd werd aan de actiegroep.
Noodzakelijke heterogeniteit
Het besluit van O'Connor is daarom begrijpelijk, want wie wil zich nou
identificeren met criminele acties? Het is te hopen dat de verweesde
vaders die voorheen tot F4J behoorden, zich zelf gaan organiseren in
talloze splinterorganisaties: in zowel gematigde als radicale groepjes.
Pas dan kan er echt sprake zijn van een gezonde, heterogene beweging en
kunnen organisaties afzonderlijk op hun verantwoordelijkheden
aangesproken worden.
F4J is ten onder gegaan aan haar eigen succes en
een gebrek aan collega-actiegroepen. Dat ligt niet aan de F4J, maar aan
de nieuwigheid van het actiepunt. Over een aantal jaar zullen er
hoogstwaarschijnlijk tientallen vaderrechtengroepen zijn, en kan F4J
zich weer met gerust hard op het strijdtoneel begeven: als actiegroep
die onderdeel is van een beweging. Een beweging waar ze zelf de
fundamenten voor heeft gelegd.
Regelzucht.nl, 22 januari 2006
Het gevaar van hokjesdenken
De kogel die het hoofd van Pim Fortuyn raakte kwam van links, Theo
van Gogh is geslachtofferd voor de islam en rechts draagt de erfzonde
van Adolf Hitler.
Door Steven de Jong
Deze elementaire percepties dienen anno 2006 als brandstof voor de motor onder de kap van het Nederlandse publiek debat.
Dit, in combinatie met een labiele volkspsyche en een onbeheerst
jachtinstinct, maakt ons land tot een speeltuin voor terroristen.
Zodra een dader geïdentificeerd is als zijnde ‘lid van een groep’,
keren we in een zucht naar vergelding de groep binnenste buiten, roepen
wij het ter verantwoording, wijzen wij met de vinger en spreken in koor
onze afschuw uit. Dat alles in een tunnelvisionair proces, want van
moderne burgers mag verwacht worden dat zij hun oordeel klaar hebben
voordat er ook maar één seconde over nagedacht is. Wij mogen ons
gelukkig prijzen dat onze geachte volksvertegenwoordigers daar zo
bedreven in zijn. Goed voorbeeld doet volgen, of niet?
Instinct
Ergens is deze benadering van radicale excessen best begrijpelijk,
zélfs te legitimeren. Wie in een zak met appels één rot exemplaar
aantreft, zal de andere appels aan een steviger inspectie onderwerpen.
Wie door Lassie gebeten wordt, zal Pluto wantrouwen. Waar rook is, is
vuur; en ga zo maar door. Een waakzaamheid waarover de homo sapiens
sapiens van nature beschikt. Een instinctief kenmerk dat ons voor
groter onheil moet behoeden.
Beschaving
Maar, desalniettemin, óók een reflex dat botst met de kernwaarden die
een samenleving bijeen kunnen houden. Een beschaving die zou moeten
bestaan bij de gratie van verdraagzaamheid en vertrouwen; uitingen
waarmee je in de jungle je doodvonnis zou tekenen maar in menselijk
verband juist van noodzakelijk belang zijn voor de kwaliteit van ieders
leven. Zowel esthetisch als economisch. Onbevangen of zelfs naïeve
tolerantie zal uitnodigen tot vredige interactie, terwijl argwaan
vijandigheid oproept. Geen psycholoog die dat zal tegenspreken.
Evenwicht
Prangende vraag blijft hoe we moeten komen tot een stabiele
samenleving. Op welk punt moet de balans uitslaan op de schaal tussen
obsessieve waakzaamheid en onvoorwaardelijk vertrouwen? Wanneer mogen
we een incident in een breder maatschappelijk verband trekken en een
groep ervoor verantwoordelijk houden en wanneer moeten we een incident
bijtijds blussen en het afdoen als een daad van een ontspoord individu?
Impact
Was het nodig om direct na de moord op Theo van Gogh de oorlog te
verklaren aan de extremistische tak van de islam, debatten in heel het
land te organiseren over de vrijheid van meningsuiting en er zowel
kranten als zendtijd mee te vullen? Was de vrijheid van meningsuiting
werkelijk aangetast, of praten we dat onszelf aan? Hoe kwam het dat de
kleinschalige aanslag van Mohammed B. relatief veel meer impact had als
de bommen in het Londense metrostelsel? Waarom reageerden Engelsen en
Spanjaarden zoveel nuchterder dan de Hollanders?
Cultuur
Een verklaring daarvoor kan gezocht worden in onze cultuur.
Nederlanders zijn direct, het hart ligt op de tong. Als ons iets niet
aanstaat, zeggen we het ook meteen. Wikken en wegen is niet aan ons
besteed, onderbuikgevoelens maken we als het even kan meteen publiek.
Die dienen het polderen, het debat; hoe feller hoe beter. Hoe
polariserender, hoe hoger de kijkcijfers. Onderbuik gaat boven
verstand, want hoe kon het anders dat de Groep Wilders in nog geen drie
weken na de moord tot tweede partij van Nederland uitgroeide? En daarna
weer als een plumpudding in elkaar zakte?
Binding
Het lijkt erop dat we – in deze geciviliseerde maatschappij – ons
jachtinstinct van waakzaamheid en wantrouwen blijven prevaleren boven
een beschavingskenmerk als verdraagzaamheid, dat mensen bindt ongeacht
diversiteit. Voor dat laatste is een beetje bedachtzaamheid en
nuchterheid nodig en voor het eerste eigenlijk niets; slechts een reeds
aanwezig dierlijk instinct. Dat het ongeremd uiten van basale emoties
als zand in de raderen werkt voor maatschappelijke binding, behoeft
geen uitleg meer.
Speeltuin
Verontrustend is dat deze Nederlandse volkspsyche gewelddadige
extremisten ongebreidelde invloed geeft. De schaal waarop een aanslag
in Nederland gepleegd wordt, staat in geen verhouding meer tot de
maatschappelijke en politieke effecten ervan; in vorm, schaal en tijd.
Pim Fortuyn en Theo van Gogh waren dan wel publieke figuren, maar het
zijn onze ongeremde emoties geweest die er een theater van hebben
gemaakt.
De kranten schrijven wat wij willen lezen, televisiestations
zenden uit wat wij willen kijken. Nederland is verworden tot een
speeltuin voor terroristen, hier heeft een aanslag – hoe klein ook –
altijd maximaal effect. Zelfs een doodgeschoten mus zorgt voor
beroering…
Magazine Sax, 27 december 2005
Identiteitscrisis
Terwijl in Nederland de angst door de straten giert, koers ik op het
moment van schrijven richting Boedapest. Onder mij glijden witte stroken
land, Vinex-wijken en autowegen.
Door Steven de Jong
Maar nu ik mijn hoofd door het bepakte wolkendek steek, voel ik me pas echt bevrijd van het Sodom en Gomorra der lage landen.
Waar
wantrouwen de samenleving doet splijten, pessimisme volksemotie nummer
één is, en vrijheid geen vanzelfsprekendheid meer is. Een natie uit
balans, geteisterd door terreur. Een volk in verwarring, op zoek naar
identiteit. Ja, wat is het toch heerlijk om nu op vakantie te gaan...
Inderdaad,
ik heb hier voor me een paar van die opinieblaadjes liggen, waarin de
handelaren in angst hun koopwaar aan de man brengen. Toch heeft De
Groene een interessant verhaal, hoewel de insteek treurig stemt. De
verslaggever reisde af naar Siberië om bij Nederlandse inteeltmigranten
zestiende eeuwse 'oer-Hollandse identiteit' op te graven. De
verslaggever komt er achter dat de mensen aldaar een besef hebben dat
ze 'anders' zijn, maar waarin ze verschillen van de inboorlingen blijft
een raadsel. Wel wordt duidelijk dat hun voorouders vervolgd werden,
mogelijk door de zwarte kousen die nu de Veluwe hebben geconfisqueerd.
Onlangs
interviewde Netwerk een Nederlands-Canadese oma. "Wij hebben ons wel
aangepast", vertelde ze trots, verwijzend naar ‘de moslims’ die dat
blijkbaar niet doen. Dat terwijl die oma en haar familie zo ongeveer
een hele nederzetting uit de grond getrokken hebben in Canada, om van
hun vrijgemaakte kerken – waar ze in het Nederlands preken - nog maar
niet te spreken.
De regering heeft nu zelfs een commissie
benoemd die de “canon van Nederland” moet produceren: “het geheel van
belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen
en processen, die samen laten zien hoe Nederland zich ontwikkeld heeft
tot het land waarin we nu leven”. Deze canon moet een richtsnoer worden
voor onze nationale identiteit.
Het is om droevig van te worden.
Nederlanders die wanhopig op zoek zijn naar hun identiteit, terwijl ze
met opgeheven vingertje allochtonen manen tot integratie. Ik heb niets
tegen een beetje geschiedenisles, maar we moeten niet de illusie hebben
dat we daarmee de kloof tussen autochtonen en allochtonen kunnen
dichten. Een gedeeld besef van cultuur en historie van een land, kan
een tweedeling niet lijmen. Zwarte Amerikanen en zwarte Zuid-Afrikanen
kunnen daarover mee praten.
Eerste prioriteit is dat we opnieuw
‘leren samenleven’. Pas als dat gelukt is kunnen we een nieuwe
volksidentiteit vaststellen: een identiteit die dus ook gevormd zal
worden door de één miljoen moslims in ons land.