Magazine Sax, 29 maart 2006
Niet lullen, maar poetsen!
De archeoloog die in het jaar 3500 de vierkante meter in Den Haag om moet spitten moet van goede huize komen.
Door Steven de Jong
Een voor de hand liggende conclusie zou zijn: 'In Den Haag leefde de
meest vooruitstrevende stam van het Westelijk halfrond die tot het
uiterste ging om burgers te betrekken in de ontwikkeling van haar
imperium'. Wanneer hij oostwaarts verder graaft, moet hij dat ietwat
bijstellen: 'Daar achter de duinen bivakkeerde een autistisch volkje,
welke in de veronderstelling leefde de drijvende kracht achter de
samenleving te zijn.'
Welke conclusie het dichtst bij de waarheid komt laat ik aan u over.
Interessanter is de vraag waarom het kliekje achter de duinen het de
archeoloog anno 3500 zo moeilijk maakt. Dat ligt, zo voorspel ik, aan
twee woorden: innovatie en participatie. Termen die dan nog moeilijker
te ontcijferen zijn als destijds de hiërogliefen van de Egyptenaren.
Nederlandse beleidsmakers scheppen namelijk het beeld dat alles wat zij
bedenken innovatie is. Er is zelfs een platform dat zich ernaar
vernoemd heeft, met JP als voorzitter. Wat ze doet? Al sla je me dood.
Wat moet ik me voorstellen bij 'Project Sociale Innovatie 2006'? Dat we
elkaar in plaats van een hand, voortaan een voet gaan geven? Nee, niets
van dat. Het houdt in, zo zeggen ze zelf; "flexibel organiseren,
dynamisch managen en slimmer werken". Nee, daar wordt je wijzer van.
Vorige week lanceerde een jongerenbeweging, genaamd LuxVoor, zichzelf
met de publicatie ‘Verenigd in Vooruitgang’. Prachtig stuk, bijna
literair, maar ik heb er weinig van begrepen. Ik werd verblind door een
leuzensaus van ‘ontplooiing’, ‘binding’, ’participatie’, ‘flexibel’ en
meer van die hippe kreten waarvan de lezer in extase moet raken.
“Kernwoord is dynamiek”, voegden ze er nog aan toe. Maar natuurlijk!
LuxVoor deelt naar eigen zeggen “een vurig geloof in vooruitgang”. En,
om het een beetje gewichtig te brengen, citeerde de club een groot
leider. In dit geval John F. Kennedy: “Sommige mensen zien de dingen
zoals ze zijn, en vragen: waarom? Ik droom van dingen die niet bestaan,
en vraag: waarom niet?” Iedereen ijlt weleens, maar om mensen daar nog
na hun dood mee te confronteren… Ik vind dat niet kies.
Volgend jaar
krijgen we een premier die het boek ‘Dit land kan zoveel beter’ op zijn
naam heeft staan. ‘Maar ik vertel lekker niet hoe!’, had de ondertitel
kunnen zijn. Ik zie door de bomen het Bos niet meer.
Magazine Sax, 6 maart 2006
De burger als consument
Laatst kwam ik erachter dat een goede vriend van mij CDA had gestemd.
Dat was even schrikken, zoals je begrijpt. CDA, en hij schaamde zich er
niet voor.
Door Steven de Jong
Toen hij begon te brabbelen over normen en waarden heb ik maar gauw een
biertje uit zijn koelkast gepikt. Dat maakte het wat draaglijker.
Toch had Balkenende met dat normen- en waardendebat wel degelijk een
punt. "Burgers gedragen zich als consument van de samenleving", stelde
de morele autoriteit des vaderlands bij zijn aantreden. Jammer alleen
dat onze geliefde leider bleef steken in gemoraliseer over fatsoen.
Over plantjes die je niet uit de grond mag trekken, papiertjes die je
niet op straat mag gooien en collega's die je niet mag pesten. Op dat
laatste punt schijnt de moraalridder een ervaringsdeskundige te zijn,
als lijdend voorwerp welteverstaan. Dus hij wist waarover hij sprak,
wat niet altijd het geval is.
Maar het gedelibereer over een publiek moraal heeft niet geleid tot een
heropgevoede burger. Het paradijs der beschaving blijft uit. In de
tussentijd heeft de regering zelfs het consumentschap bevorderd.
Overheden benaderen burgers in toenemende mate als klanten. Ze kunnen
hun eigen energiemaatschappij en zorgverzekering uitkiezen en in de
lokale politiek wordt de schijn gewekt dat ze zelf problemen op de
agenda kunnen zetten. Voor de ontzuiling, de ontworteling van burgers
uit een ideologisch kader, hebben we een zelfzuchtige burger
teruggekregen.
De hoogte van de energierekening, de hypotheekrenteaftrek, zorgpremies
en de afschaffing van het prepensioen. Zodra burgers het in de buidel
voelen, gaan ze de barricades op. Maar voor echt wezenlijke zaken,
zoals milieu en mensenrechten, vind je ze niet op het Museumplein.
Simpelweg omdat er geen direct voordeel uit te behalen valt, of gewoon
omdat het dan opeens een ‘ver-van-mijn-bed-show’ heet.
Wil de regering nog enig publiek moraal ontlokken, dan zou ze de
volgende vraag aan de burgers voor moeten voorleggen. Moeten we u
beschouwen als een consument van de BV Nederland of als aandeelhouder
van een samenleving die valt of staat met de inbreng van individuen? De
bewustwording die van zo’n vraag uitgaat, kan dan misschien leiden tot
meer directe democratie.
Alleen vooralsnog ziet het er naar uit dat
Nederlanders zich in een referendumsysteem net zo onverantwoordelijk
zullen gedragen als in Californië. Daar stemmen ze voor betere wegen en
tegelijkertijd voor verlaging van de wegenbelasting. Aldaar gaat het
individueel belang boven het collectief belang, zelfs als de overheid
erdoor failliet gaat.
Politiek-digitaal.nl, 7 februari 2006
Segregatie, helemaal zo gek nog niet
Opperwezens beledigen, of zelfs maar afbeelden, schijnt anno 2006 de
bom te zijn. Helaas moeten we dat nog letterlijk nemen ook. Terwijl ik
dit schrijf is de moeder aller cartoon-oorlogen nog vers.
Door Steven de Jong
Zojuist is de Deense ambassade te Syrië in de hens gezet. Op internet
zie ik voor het gebouw een woedende menigte, terwijl een brandweerman
een lullig straaltje op de vuurzee richt.
Nog mis ook. Het is
bedroevend te constateren dat vanuit de moslimwereld een cartoon meer
protest oproept dan aanslagen die reli-fanaten uit naam van Allah
plegen. Ik denk dan: wie drijft nou meer de spot met de islam?
Terroristen of Deense cartoonisten?
Versmelting religie en individu
Sommige publicisten menen dat de moslimwereld in een identiteitscrisis
verkeert. Ik geloof daar niet zo in. Volgens mij wordt de identiteit
van moslims juist te sterk bepaald door hun culturele afkomst en
geloof. Identiteit wordt bij moslims niet zozeer door genen of
zelfontplooiing gevormd, maar door de religie en cultuur van de
gemeenschap. Religie en individu worden als het ware samengesmolten.
Het verklaart waarom moslims zich als collectief gekwetst voelen door
de spotprenten.
Nationalisme
Het meest onverstandige antwoord op dit probleem wordt gegeven door de
nationalisten en conservatieven. Zij zien vreemdelingen als
ondermijnende krachten van de westerse cultuur en verwijzen daarbij
naar de teloorgang van ‘geborgenheid’, de ‘eigenheid’ en zelfs
‘zuiverheid’ van de samenleving en het volk. Volgens de filosoof Dirk
Verhofstadt beschouwen zij devotie, zelfopoffering, zelfverloochening
en plichtsbesef tegenover de volksgemeenschap als positieve, zelfs
noodzakelijke waarden. Net als islamitische regimes dringen zij de
samenleving een identiteit op; een nationale identiteit. De VVD
verloochent zelfs haar liberale grondslag in haar ideologische
integratiepolitiek van normen en waarden.
Somalisch succes
Het is vechten tegen de bierkaai: we kunnen iemands keuze voor cultuur
of religie, in hoeverre die nu uit vrije wil is of niet, niet
ongestraft ontnemen. Beter is om die keuze enerzijds te respecteren en
anderzijds individuen in die gemeenschappen extra te stimuleren tot
zelfontplooiing van hun unieke kwaliteiten en persoonlijkheden. Dat dit
succes heeft, hebben de Nederlandse, veelal islamitische, Somaliërs
bewezen die de afgelopen jaren massaal emigreerden naar Engeland. Waar
ze in Nederland faalden, daar slagen ze aan de andere kant van de
Noordzee als ondernemende, hardwerkende burgers. Aldaar worden ze niet
gemaand tot integratie, maar krijgen ze de vrijheid om als individuen
binnen de groep een volwaardige sociaal-economische bijdrage te
leveren. Hun aanwezigheid leidt, in tegenstelling tot Nederland, daar
niet tot spanningen tussen bevolkingsgroepen.
Private en publieke provocaties
Terugkomend op de cartoon-oorlog. In wezen gaat het debat, voor zover
het nog een debat te noemen is, om de vrijheid van meningsuiting versus
de godsdienstvrijheid. Burka’s, en in mindere mate hoofddoekjes, worden
door nogal wat autochtonen gezien als een provocatie tegen de westerse
cultuur. Anderzijds wordt de integratiepolitiek nogal eens opgevat als
een aanval op het geloof; zoals ik al zei, bij moslims lijken
geloofsbeleving en individuele expressie met elkaar versmolten te zijn.
Een strikte scheiding aanbrengen tussen de private geloofsbeleving en
het ‘publieke burgerschap’ valt daarom niet zonder hevig structureel
verzet op te dringen. Verzet dat zich naar goed islamitisch gebruik in
het smijten van stenen uit, zoals we zagen in die zwaar middeleeuwse
beelden die ons de afgelopen dagen vanuit Syrië en Libanon bereikten.
Segregeren
Misschien wordt het daarom tijd om de ideologische politiek te
vervangen door pragmatische, autonome politiek. Laat die zwarte wijken
maar komen, zo ook die zwarte scholen en kap eens met die
inburgeringscursussen. Waarom verzetten we ons hier zo tegen
segregatie? In New York voelt iedereen zich New Yorker, maar is de
samenleving volledig gesegregeerd in gemeenschappen: in Italiaanse,
Joodse, Chinese, Afro-Amerikaanse, Caribische en Arabische wijken. De
‘New Yorkse identiteit’ staat gelijk aan verscheidenheid, leven en
laten leven.
Wanneer we streven naar een sociaal-economisch gezonde samenleving,
waarin mensen zichzelf kunnen bedruipen, kunnen we het beste onze
pijlen richten op de autonome ontwikkeling van soortgelijke culturele,
gesloten gemeenschappen. Gemeenschappen binnen een samenleving. Wie
ervoor kiest om zich te onderwerpen aan een gemeenschap en niet aan ‘de
natie’, moet die ruimte geboden worden. In Engeland werkt deze aanpak
(beter gezegd: non-aanpak), in New York ook, dus waarom niet in
Nederland?
Weinigen zullen dan meer de behoefte of noodzaak voelen om de eigen
cultuur te laten wedijveren met een andere cultuur. Laten we ons er dus
maar bij neerleggen dat de skyline van Rotterdam binnen niet al te
afzienbare tijd gedomineerd wordt door minaretten, dat gereformeerden
zich terugtrekken op de Veluwe. Zolang ik me als verdorven westerling
en ongelovige hond van geen van beiden wat hoef aan te trekken, vind ik
alles best.
Politiek-digitaal.nl, 6 februari 2006
Wakker Dier strooit zand in raderen risicocommunicatie vogelgriep
Er is niets verkeerds aan lobbyen of het beïnvloeden van de publieke
opinie voor een diervriendelijker bestrijding van de vogelgriep. Maar de
wijze waarop Marianne Thieme munt slaat uit de dreiging van een
mensdodelijke pandemie is misdadig.
Door Steven de Jong
Met haar campagne 'Rem het virus, eet geen kip' strooit ze zand in de raderen van de professionele risicocommunicatie.
Thieme is directeur van de stichting Wakker Dier. Wakker Dier is in
januari 2001 gefuseerd met de stichting Lekker Dier en is daarmee de
grootste dierenbeschermingsorganisatie tegen de bio-industrie in
Nederland geworden. Lekker Dier is destijds opgericht als protest tegen
het matige verweer dat de Dierenbescherming had tegen de bio-industrie.
In het geniep richtte Lekker Dier eind jaren zeventig het militante
Dierenbevrijdingsfront (DBF) op.
Politieke ambities
Tegen het NRC Handelsblad verklaarde toenmalig bestuurslid Wim de Kok
in 2003 dat Lekker Dier in eerste instantie werd gezien als het extreme
broertje van de Dierenbescherming. “Door het DBF kregen we een
middenpositie, en nam onze invloed in gesprekken met de overheid toe”,
aldus De Kok. Inmiddels heeft stichting Wakker Dier ambities om zelf
‘overheid te worden’. Met de Partij voor de Dieren (PvdD), de snelst
groeiende politieke organisatie op dit moment, doet Thieme in 2007 mee
aan de parlementsverkiezingen.
Gekleurd lesmateriaal
Toch heeft Wakker Dier met het afschudden van haar criminele veren,
haar sluwheid niet verloren. Thieme heeft sabotage en brandstichting
verruild voor manipulatie en indoctrinatie.
Internet wordt daarbij gretig ingezet. Bedenkelijk is de afdeling
‘School’ op www.wakkerdier.nl. Voor docenten heeft Wakker Dier het
zogenaamde docentenpakket ontwikkeld; bestaande uit een educatiefilm,
een handleiding met werkbladen, voorbeeldlessen en scholierenkranten.
Bedoeld voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool.
Het bijgesloten filmpje is doorspekt met anti-specisisme; de ideologie
die discriminatie op grond van het behoren tot een bepaalde soort
veroordeelt. Door een klaslokaal vol te proppen met kinderen, het licht
uit te doen en toiletemmers te plaatsen, wordt gepoogd de jeugdige
kijkers het besef bij te brengen hoe moreel verkeerd de stallen in de
bio-industrie wel niet zijn.
Ook beheert de stichting de site www.dierenwerkstuk.nl. Daar worden
kinderen aangemoedigd een werkstuk te maken op basis van eenzijdige,
belastende informatie tegen de bio-industrie. Dat alles met als doel de
kinderen te rekruteren voor de missie van Wakker Dier. Thieme
verklaarde in november 2003 tegen dagblad Trouw dat ze haar werk ziet
als een emancipatiestrijd. Na de bevrijding van de slaven, de arbeiders
en de vrouwen is het nu tijd voor de bevrijding van de dieren, vertelde
ze.
Iedereen mag natuurlijk zo zijn idealen hebben. Ook is er niets op
tegen om kinderen van tien à twaalf jaar bekend te maken met extreme
ideologieën in een gezonde onderwijsomgeving. Maar het gaat te ver als
docenten lesmateriaal gebruiken dat door actiegroepen is vervaardigd,
dat kinderen toetsen krijgen waar mensen als Thieme de vragen en
antwoorden voor bedacht hebben.
Virusremmer
Als we het hebben over het brengen van gekleurde informatie in een
objectief jasje, breekt de website www.virusremmer.nu alle records.
Daar wordt een wel heel merkwaardige vorm van risicocommunicatie over
de vogelgriep gebezigd. ‘Rem het virus, eet geen kip’, luidt de
campagne die op de radio door televisiemaker Wim T. Schippers wordt
gepromoot.
‘Georganiseerde misdaad’
Dat Schippers hiervoor wordt ingezet is begrijpelijk. Als
oud-presentator van de Nationale Wetenschapsquiz identificeert het
publiek hem met objectiviteit, terwijl de oud-Rietveld student in
werkelijkheid een kunstenaar is met talent voor absurdisme, humor en
het doorbreken van taboes. Ook is hij fanatiek dierenliefhebber. In mei
2004 kreeg hij van het ministerie van Landbouw de opdracht een
“ironisch getinte column over duurzame landbouw” te schrijven. De
opdracht liep spaak, omdat Schippers zich niet aan de opdracht had
gehouden en volgens een woordvoerder in “een eenzijdige
scheldkanonnade” tegen de vleesindustrie van leer was getrokken. In het
stuk verweet hij de overheid “systematische marteling” en dichtte de
bio-industrie de kwalificatie “grootschalige georganiseerde misdaad”
toe.
Geregisseerd ongeluk
Met veel poeha hing Schippers het ‘conflict’ pseudo-verontwaardigd aan
de grote klok. Wakker Dier, die in eerste instantie de vergoeding voor
de column zou opstrijken, publiceerde het en liet meteen een
persbericht uitgaan. Voor Marianne Thieme en Wim T. Schippers een
‘geluk’ bij een sluw geregisseerd ongeluk. Met deze geschiedenis zal
het dan ook niemand verbazen dat de twee elkaar weer hebben gevonden in
de campagne ‘Rem het virus, eet geen kip’, waarin Schippers het
volgende verkondigt: “Als je vaker naar de groenteboer dan naar poelier
of slager gaat, maak je de kans op verspreiding van vogelpest kleiner.
Daarom; rem het virus, eet geen kip!”
Publieke interpretatie
Terecht heeft de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders eind november 2005
– namens nog zes andere vleesverwerkende organisaties - via een kort
geding een onmiddellijke stop van de campagne geëist, vanwege de
directe relatie die Wakker Dier legt tussen het eten van kip en de
vogelgriep. De president van de rechtbank van Amsterdam stelde echter
Wakker Dier in het gelijk, hoewel procureur mr. A.A.H. Bruinhof wel een
erg lang en omslachtig pleidooi nodig had om de misleidende
campagneleus wetenschappelijk te kunnen legitimeren. In het pleidooi
wordt min of meer toegegeven dat de publieke interpretatie (lees:
bedoeling) van de campagneleus anders is dan de informatie waarop zij
gebaseerd is. Wakker Dier mag die verwarring zaaien, zo heeft de
rechter besloten.
Vrije meningsuiting
Thieme liet in een persbericht weten: “Als deze eis was toegewezen,
zouden heel veel maatschappelijke organisaties een ernstig probleem
hebben gekregen met het vragen van aandacht voor hun doelstellingen.
(..) Het kan en mag niet zo zijn dat commerciële belangen gesteld
zouden worden boven een groot goed als de vrijheid van meningsuiting.
(..) Voor zover bekend is het de eerste maal ter wereld dat getracht is
een maatschappelijke organisatie die een mening uitdraagt in relatie
tot de vogelpestcrisis, via de rechter het zwijgen op te leggen.”
Ophokplicht
Maar is het voor de argeloze luisteraar wel zo duidelijk dat het om een
mening gaat? Ik denk van niet. Wim T. Schippers misbruikt zijn
‘wetenschappelijke status’ om luisteraars te overtuigen. En Marianne
Thieme verdoezelt op slinkse wijze de haar onwelvallige feiten. Het
vogelgriepvirus verspreidt zich immers niet langs de machinerie van de
bio-industrie, maar langs kleine dorpen waar ambachtelijke boertjes
achter hun scharrelkippen aanrennen; waar trekvogels voor besmetting
zorgen en mens-dier contact een rol speelt. 'Rem het virus, eet geen
scharrel maar gewone kip', zou daarom een betere slogan zijn. Maar ja,
dat strookt niet met de doelstelling. Wakker Dier stelt zich naar eigen
zeggen namelijk "exclusief ten doel op te komen voor de belangen van de
dieren in de bio-industrie". En dat rijmt niet met een verbod op
scharrelen, ofwel een ophokplicht: een zaak waar Wakker Dier eerder fel
tegen tekeer ging.
Kipconsumptie gedaald
Het effect van de vogelgriepangst waar Wakker Dier op inspeelt is te
merken. Op 24 januari meldde Thieme op haar weblog – verwijzend naar de
cijfers van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren - dat de
kipconsumptie afgelopen november met 9,3 procent is gedaald. “De
grootste daling sinds de vogelpestuitbraak in 2003”, aldus de directeur
van Wakker Dier.
Risicocommunicatie
Laat duidelijk zijn dat Thieme het volste recht heeft te protesteren
tegen de bio-industrie. Ook staat ze met haar organisaties vrij in het
aan de kaak stellen van de wrede wijze waarop kippen en eenden worden
geruimd. Maar met de campagne ‘Rem het virus, eet geen kip’ verziekt ze
de esthetische discussie over dierenrechten, en draagt ze bij aan de
paniek die bij een dreigende crisis juist gekanaliseerd dient te worden.
Omwille van haar eigen doelstellingen, bemoeit ze zich met de wijze
waarop burgers moeten omgaan met de dreigende virusuitbraak. Daarmee
doorkruist ze de risicocommunicatie van de overheid. Waar instanties
als het RIVM, het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie,
alsmede influenza-deskundigen als Ab Osterhaus en voorlichters van LNV
en VWS zich zo zorgvuldig mogelijk uitlaten op dit vlak, daar meent
Marianne Thieme zich te kunnen veroorloven de burgerbevolking op te
hitsen voor dreigend onheil; waarbij ze het zelfs nog in haar hoofd
haalt de pluimveesector als daders aan te wijzen.
Onverantwoordelijk
Risicocommunicatie gaat om het kanaliseren van publieke emoties, het
stimuleren van zelfredzaamheid en het beteugelen van ongewenste sociale
mechanismen. Dat ter voorkoming van maatschappelijke ontwrichting. Wat
Marianne Thieme doet is niets anders dan het strooien van zand in die
raderen; simpelweg door haar principes te verkopen als objectieve
voorlichting. Of dat juridisch door de beugel kan is dan niet eens meer
de vraag.
We kunnen slechts betreuren dat iemand die zich verkiesbaar
stelt voor de parlementsverkiezingen, zich zo onverantwoordelijk durft
te gedragen. Nog voordat het vogelgriepvirus hier voet aan de grond
heeft gezet, worden we getrakteerd op het eerste crisisverschijnsel,
namelijk angst: in de persoon van Marianne Thieme.
Politiek-digitaal.nl, 23 januari 2006
Monopoliepositie werd Fathers 4 Justice fataal
Eén van de meest succesvolle agendasetters van de afgelopen tijd is
ongetwijfeld Fathers 4 Justice (F4J), een actiegroep van gescheiden
vaders die strijdt voor eerlijke omgangsrechten met hun kinderen.
Door Steven de Jong
Ze maakten 'vaderrechten' tot een begrip door als Batman, Robin of Spiderman overheidsgebouw na overheidsgebouw te beklimmen.
De actiegroep werd een beweging op zich; een succes dat, naar nu blijkt, haar ondergang is geworden.
Naast ludieke acties, pleit F4J op serieuze toon in de media voor
hervorming van het familierecht. Internet gebruiken ze om te netwerken
en ter documentatie van hun publicaties. F4J verwierf internationale
bekendheid, vestigde dependances in Amerika, Canada, Australië en
Nederland en kon tot voor kort op een groeiend draagvlak onder de
bevolking rekenen.
Hiërarchische organisatie
De actiegroep wordt geleid door onbetaalde vrijwilligers, staat als
non-profit organisatie ingeschreven bij de Engelse Kamer van Koophandel
en heeft haar naam als handelsnaam gedeponeerd. Wie zonder toestemming
de naam F4J gebruikt om wat voor actie dan ook te doen, kan juridische
stappen tegemoet zien. Ook lezen we op de internetsite dat F4J van de
leden 'discipline' en 'loyaliteitsbesef' verwacht. Leden moeten zich
aan de grondbeginselen van de actiegroep houden. F4J gaat er prat op
een hiërarchische organisatie te zijn die wordt aangestuurd door teams
van coördinators in binnen en buitenland.
Radicalisering
Tot zover het succes, tot zover het organogram, tot zover de statuten.
Want Fathers 4 Justice is niet meer, althans: de Nederlandse tak van de
organisatie kondigde 19 januari aan dat zij per direct haar
activiteiten uitstelt en plannen voor directe actie in de kast zet. Het
Engelse hoofdkwartier besloot eerder definitief te ontbinden.
In een officiële verklaring laat oprichter Matt O'Connor weten dat hij
geen toekomst meer ziet in F4J, nu extremistische sympathisanten onder
zijn vlag zelf acties beramen waar de coördinatoren geen grip op
hebben. Hij spreekt over een groeiende groep 'militant extremists' die
de naam van de actiegroep gekaapt (in zijn woorden: ‘hijacked’) hebben.
De actiegroep raakte verstrikt in geruzie, sommige leden
radicaliseerden. Er werden valse bombrieven naar gerechtsgebouwen
gestuurd en advocaten kregen dreigmailtjes. O'Connor zag zich in het
afgelopen jaar genoodzaakt dertig leden te royeren.
O'Connors definitieve besluit om de organisatie op te heffen viel nadat
bekend werd dat agenten van de anti-terreureenheid van Scotland Yard
een gesprek van F4J-symphatisanten hadden opgevangen in een kroeg. De
gescheiden vaders zouden aan de borreltafel het idee hebben postgevat
om Leo Blair, de 5-jarige zoon van de premier, te ontvoeren. Wilde
plannen, die niet echt op publieke steun konden rekenen. Kidnapping van
familieleden van politici is immers niets minder dan pure terreur.
Monopolie op ‘vaderrechtenbeweging’
De paradox van Fathers 4 Justice is dat het is uitgegroeid tot een
brede beweging, terwijl ze pretendeerde een hiërarchische actiegroep te
zijn met een bestuur en een statuut. De theorie achter de actiegroep
kwam steeds verder af te staan van de praktijk. In het actiewezen is
het strijden voor 'vaderrechten' ook redelijk nieuw. De introductie van
het begrip 'vaderrechten' kan bijna volledig op het conto van F4J
geschreven worden. In die zin is het ook niet zo vreemd dat er kleine
cellen van activisten een gevestigde naam als F4J gebruiken om hun
'zaak' kracht bij te zetten.
Wat F4J de das om heeft gedaan, is dat zij pioniers zijn geweest; de
vonk die heeft geleid tot een soort 'vaderrechtenbeweging' waar de
actiegroep zelf het monopolie op kreeg. F4J is synoniem geworden aan
'vaderrechten', wat ertoe toe leidde dat de naam publiek bezit werd.
Waar andere bewegingen - zoals de milieu- en dierenbeweging - zich
kenmerken door een palet aan splintergroeperingen, daar verenigden en
concentreerden de vaders zich onder de vlag van F4J.
Het ledenaantal
groeide explosief, zo ook het aantal sympathisanten. Hoewel sommige
leden radicaliseerden, splitsten zij zich niet af als
splintergroepering met een andere naam: F4J stond gelijk aan de
beweging, en andersom. Zo kon het dus gebeuren dat namens F4J valse
bombrieven werden verstuurd, advocaten werden bedreigd en er een
ophanden zijnde ontvoering gerelateerd werd aan de actiegroep.
Noodzakelijke heterogeniteit
Het besluit van O'Connor is daarom begrijpelijk, want wie wil zich nou
identificeren met criminele acties? Het is te hopen dat de verweesde
vaders die voorheen tot F4J behoorden, zich zelf gaan organiseren in
talloze splinterorganisaties: in zowel gematigde als radicale groepjes.
Pas dan kan er echt sprake zijn van een gezonde, heterogene beweging en
kunnen organisaties afzonderlijk op hun verantwoordelijkheden
aangesproken worden.
F4J is ten onder gegaan aan haar eigen succes en
een gebrek aan collega-actiegroepen. Dat ligt niet aan de F4J, maar aan
de nieuwigheid van het actiepunt. Over een aantal jaar zullen er
hoogstwaarschijnlijk tientallen vaderrechtengroepen zijn, en kan F4J
zich weer met gerust hard op het strijdtoneel begeven: als actiegroep
die onderdeel is van een beweging. Een beweging waar ze zelf de
fundamenten voor heeft gelegd.
Regelzucht.nl, 22 januari 2006
Het gevaar van hokjesdenken
De kogel die het hoofd van Pim Fortuyn raakte kwam van links, Theo
van Gogh is geslachtofferd voor de islam en rechts draagt de erfzonde
van Adolf Hitler.
Door Steven de Jong
Deze elementaire percepties dienen anno 2006 als brandstof voor de motor onder de kap van het Nederlandse publiek debat.
Dit, in combinatie met een labiele volkspsyche en een onbeheerst
jachtinstinct, maakt ons land tot een speeltuin voor terroristen.
Zodra een dader geïdentificeerd is als zijnde ‘lid van een groep’,
keren we in een zucht naar vergelding de groep binnenste buiten, roepen
wij het ter verantwoording, wijzen wij met de vinger en spreken in koor
onze afschuw uit. Dat alles in een tunnelvisionair proces, want van
moderne burgers mag verwacht worden dat zij hun oordeel klaar hebben
voordat er ook maar één seconde over nagedacht is. Wij mogen ons
gelukkig prijzen dat onze geachte volksvertegenwoordigers daar zo
bedreven in zijn. Goed voorbeeld doet volgen, of niet?
Instinct
Ergens is deze benadering van radicale excessen best begrijpelijk,
zélfs te legitimeren. Wie in een zak met appels één rot exemplaar
aantreft, zal de andere appels aan een steviger inspectie onderwerpen.
Wie door Lassie gebeten wordt, zal Pluto wantrouwen. Waar rook is, is
vuur; en ga zo maar door. Een waakzaamheid waarover de homo sapiens
sapiens van nature beschikt. Een instinctief kenmerk dat ons voor
groter onheil moet behoeden.
Beschaving
Maar, desalniettemin, óók een reflex dat botst met de kernwaarden die
een samenleving bijeen kunnen houden. Een beschaving die zou moeten
bestaan bij de gratie van verdraagzaamheid en vertrouwen; uitingen
waarmee je in de jungle je doodvonnis zou tekenen maar in menselijk
verband juist van noodzakelijk belang zijn voor de kwaliteit van ieders
leven. Zowel esthetisch als economisch. Onbevangen of zelfs naïeve
tolerantie zal uitnodigen tot vredige interactie, terwijl argwaan
vijandigheid oproept. Geen psycholoog die dat zal tegenspreken.
Evenwicht
Prangende vraag blijft hoe we moeten komen tot een stabiele
samenleving. Op welk punt moet de balans uitslaan op de schaal tussen
obsessieve waakzaamheid en onvoorwaardelijk vertrouwen? Wanneer mogen
we een incident in een breder maatschappelijk verband trekken en een
groep ervoor verantwoordelijk houden en wanneer moeten we een incident
bijtijds blussen en het afdoen als een daad van een ontspoord individu?
Impact
Was het nodig om direct na de moord op Theo van Gogh de oorlog te
verklaren aan de extremistische tak van de islam, debatten in heel het
land te organiseren over de vrijheid van meningsuiting en er zowel
kranten als zendtijd mee te vullen? Was de vrijheid van meningsuiting
werkelijk aangetast, of praten we dat onszelf aan? Hoe kwam het dat de
kleinschalige aanslag van Mohammed B. relatief veel meer impact had als
de bommen in het Londense metrostelsel? Waarom reageerden Engelsen en
Spanjaarden zoveel nuchterder dan de Hollanders?
Cultuur
Een verklaring daarvoor kan gezocht worden in onze cultuur.
Nederlanders zijn direct, het hart ligt op de tong. Als ons iets niet
aanstaat, zeggen we het ook meteen. Wikken en wegen is niet aan ons
besteed, onderbuikgevoelens maken we als het even kan meteen publiek.
Die dienen het polderen, het debat; hoe feller hoe beter. Hoe
polariserender, hoe hoger de kijkcijfers. Onderbuik gaat boven
verstand, want hoe kon het anders dat de Groep Wilders in nog geen drie
weken na de moord tot tweede partij van Nederland uitgroeide? En daarna
weer als een plumpudding in elkaar zakte?
Binding
Het lijkt erop dat we – in deze geciviliseerde maatschappij – ons
jachtinstinct van waakzaamheid en wantrouwen blijven prevaleren boven
een beschavingskenmerk als verdraagzaamheid, dat mensen bindt ongeacht
diversiteit. Voor dat laatste is een beetje bedachtzaamheid en
nuchterheid nodig en voor het eerste eigenlijk niets; slechts een reeds
aanwezig dierlijk instinct. Dat het ongeremd uiten van basale emoties
als zand in de raderen werkt voor maatschappelijke binding, behoeft
geen uitleg meer.
Speeltuin
Verontrustend is dat deze Nederlandse volkspsyche gewelddadige
extremisten ongebreidelde invloed geeft. De schaal waarop een aanslag
in Nederland gepleegd wordt, staat in geen verhouding meer tot de
maatschappelijke en politieke effecten ervan; in vorm, schaal en tijd.
Pim Fortuyn en Theo van Gogh waren dan wel publieke figuren, maar het
zijn onze ongeremde emoties geweest die er een theater van hebben
gemaakt.
De kranten schrijven wat wij willen lezen, televisiestations
zenden uit wat wij willen kijken. Nederland is verworden tot een
speeltuin voor terroristen, hier heeft een aanslag – hoe klein ook –
altijd maximaal effect. Zelfs een doodgeschoten mus zorgt voor
beroering…
Magazine Sax, 27 december 2005
Identiteitscrisis
Terwijl in Nederland de angst door de straten giert, koers ik op het
moment van schrijven richting Boedapest. Onder mij glijden witte stroken
land, Vinex-wijken en autowegen.
Door Steven de Jong
Maar nu ik mijn hoofd door het bepakte wolkendek steek, voel ik me pas echt bevrijd van het Sodom en Gomorra der lage landen.
Waar
wantrouwen de samenleving doet splijten, pessimisme volksemotie nummer
één is, en vrijheid geen vanzelfsprekendheid meer is. Een natie uit
balans, geteisterd door terreur. Een volk in verwarring, op zoek naar
identiteit. Ja, wat is het toch heerlijk om nu op vakantie te gaan...
Inderdaad,
ik heb hier voor me een paar van die opinieblaadjes liggen, waarin de
handelaren in angst hun koopwaar aan de man brengen. Toch heeft De
Groene een interessant verhaal, hoewel de insteek treurig stemt. De
verslaggever reisde af naar Siberië om bij Nederlandse inteeltmigranten
zestiende eeuwse 'oer-Hollandse identiteit' op te graven. De
verslaggever komt er achter dat de mensen aldaar een besef hebben dat
ze 'anders' zijn, maar waarin ze verschillen van de inboorlingen blijft
een raadsel. Wel wordt duidelijk dat hun voorouders vervolgd werden,
mogelijk door de zwarte kousen die nu de Veluwe hebben geconfisqueerd.
Onlangs
interviewde Netwerk een Nederlands-Canadese oma. "Wij hebben ons wel
aangepast", vertelde ze trots, verwijzend naar ‘de moslims’ die dat
blijkbaar niet doen. Dat terwijl die oma en haar familie zo ongeveer
een hele nederzetting uit de grond getrokken hebben in Canada, om van
hun vrijgemaakte kerken – waar ze in het Nederlands preken - nog maar
niet te spreken.
De regering heeft nu zelfs een commissie
benoemd die de “canon van Nederland” moet produceren: “het geheel van
belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen
en processen, die samen laten zien hoe Nederland zich ontwikkeld heeft
tot het land waarin we nu leven”. Deze canon moet een richtsnoer worden
voor onze nationale identiteit.
Het is om droevig van te worden.
Nederlanders die wanhopig op zoek zijn naar hun identiteit, terwijl ze
met opgeheven vingertje allochtonen manen tot integratie. Ik heb niets
tegen een beetje geschiedenisles, maar we moeten niet de illusie hebben
dat we daarmee de kloof tussen autochtonen en allochtonen kunnen
dichten. Een gedeeld besef van cultuur en historie van een land, kan
een tweedeling niet lijmen. Zwarte Amerikanen en zwarte Zuid-Afrikanen
kunnen daarover mee praten.
Eerste prioriteit is dat we opnieuw
‘leren samenleven’. Pas als dat gelukt is kunnen we een nieuwe
volksidentiteit vaststellen: een identiteit die dus ook gevormd zal
worden door de één miljoen moslims in ons land.
Magazine Sax, 7 december 2005
Crisis zit tussen je oren
Dat Nederlanders totaal het spoor bijster zijn, heeft onlangs ook het
Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vastgesteld. Ruim zes op de tien
Nederlanders wil meer moedige, onvermoeibare en toegewijde leiders.
Door Steven de Jong
Vier jaar geleden was dat nog een derde. Nu zitten we op het peil van
Duitsland anno 1933 en streven we alle Europeanen voorbij.
Niet dat we die roep om leiderschap het klapvee kwalijk kunnen nemen.
Nee, want de aanslagen liegen er niet om. Onlangs trachtte nog een
dominomus het grootste culturele evenement der lage landen te
saboteren. Om van de wilde beesten op de Veluwe nog maar niet te
spreken. Chaos alom.
Het meest tragische is misschien nog wel die roep om de kloof tussen
burger en politiek te dichten. We willen leiders die luisteren, een
grap waar je in dictatoriale kringen goede sier mee kan maken. Het
lijkt erop dat we met onze klompen in de polder vastzitten, terwijl het
water ons aan de lippen staat. Hoewel ik nooit gepeild wordt, mij
vragen ze nooit wat, behoor ik misschien zelf ook tot die 61 % procent
die het niet meer weet. Daarom heb ik laatst het symposium ‘Leiderschap
in Crisissituaties’ bezocht. Wat moet je anders als opgeschrikte
burger? Het leek me gewoon beter voor mijn gemoedsrust, keertje
luisteren naar professionals.
Arthur Doctors van Leeuwen, ex-chef geheime dienst, gaf zijn visie:
“Wat wij in Nederland doen aan crisismanagement, is precies het
omgekeerde van wat er nodig is om een crisis te beheersen.” Vervolgens
vloog een commissaris van de Koningin de burgemeester van Zutphen in de
haren: “Jullie willen je nu overal mee bemoeien, maar als Gelderland
onder komt te stromen zijn jullie burgemeesters er als eerste bij om je
eigen straatje schoon te vegen.” Waarop burgemeester Gerd Leers van
Maastricht klip en klaar meldde dat de commissaris “geen verstand van
lokale aangelegen heeft” en zich moet bemoeien met zijn eigen zaken.
Volgens crisisprofessor Uri Rosenthal is een crisis te bezweren met de
twee C’s van Command en Control, maar Nederland kenmerkt zich in de
vijf C’s van consensus, coalitie, compromis, coöptatie en coördinatie.
Daar wordt je dus niet vrolijker van, zo’n dagje luisteren naar bobo’s
die beweren te weten hoe het moet. De meest wijze woorden kwamen
misschien wel van de argeloze voorbijganger die naar het bord
‘Leiderschap in Crisissituaties’ keek. “Crisis zit tussen je oren”, zei
hij.
Politiek-digitaal.nl, 26 november 2005
Symboolmoord
Was het een politieke moord? Is het de zoveelste daad van zinloos geweld? Of stierf het slachtoffer een martelaarsdood?
Door Steven de Jong
Wezenlijke vragen die gesteld en beantwoord worden in het
condoleanceregister voor iemand die - volgens ‘Filosoof des Vaderlands’
Bas Heijne (NRC, 19/11) - symbool is gaan staan voor "de
maatschappelijke onvrede die eigenlijk te groot is om onder ogen te
zien".
Arie den H. - "ik ben niet de eerste de beste" - heeft de aanslag
opgeëist en wordt nu, zoals gebruikelijk is in Nederland, met de dood
bedreigd. Zijn opdrachtgever zou hem ingehuurd hebben om commerciële
belangen te beschermen.
“Je hebt maar ėėn Volkert van der G. nodig”
"Meteen doodschieten is iets anders dan nodeloos laten lijden", zo
vergoelijkt H. zijn daad. Hij verzekert de verslaggever ervan dat het
slachtoffer "de knal zelf niet heeft gehoord\", wat pleit voor hem. Den
H. is bang voor represailles naar aanleiding van de woede die hij zich
op de hals heeft gehaald: "Er hoeft maar ėėn gek op te staan. Je hebt
maar ėėn Volkert van der G. nodig."
“Schuif schuld niet in schoenen allochtonen”
Binnenlandse en buitenlandse media berichtten over het incident,
waaronder ook CNN en BBC. Nederland is na enkele politieke moorden en
de recente golf van liquidaties opnieuw opgeschrikt door een
afrekening. Woordvoerders van Christelijke en Islamitische stromingen
hebben in het condoleanceregister de moord veroordeeld. "De Heer zelf
zal oordelen over de moordenaars die opdracht gaven tot de liquidatie.
Zonder reden een schepsel van God de Heer doden, dat zien wij als
moreel en spiritueel verwerpelijk." Moslim Ali Osram zegt het "heel
sneu te vinden" en hoopt dat "de schuld niet meteen in de schoenen van
de allochtonen wordt geschoven". Om het slachtoffer de laatste eer te
bewijzen, besluit hij met: "Gezegend zij u in de naam van Allah".
“We moeten anderen gewoon in hun waarde laten”
Condoleancetekenaar 'IJsberg’ heeft geen boodschap aan Osrams
veroordeling: "Kutmarrokanen, ik wil mijn Nederland weer terug!" Een
ander ziet nog iets positiefs in alle publieke verontwaardiging: "Deze
kameraad heeft onze natie een goede dienst bewezen. Het heersende besef
dat we nog menselijke waardigheid hebben." Maar menigeen is bang voor
verdere ontwrichting van de samenleving en houdt het bij sussende
woorden, zoals: "vrede A.U.B" en "we moeten anderen gewoon in hun
waarde laten".
“Ethisch onverantwoord”
Het is duidelijk. Nederland is na 14/11 niet meer als voorheen. Volgens
'xJFx' zijn degenen die de moord niet afwijzen "ethisch onverantwoord"
bezig. "Jullie snappen niet dat het gaat om het principe. Er mogen geen
levende wezens gedood worden voor stompzinnig vermaak. Het is een
kwestie van grenzen trekken." 'Overcrowded' ziet de Nederlandse
ontwikkelingen eveneens met lede ogen aan: “If there are no principles
(ethical and esthetical values) anymore, then hell breaks even out more
than it currently already does. Is that what you want?"
“Visie nodig voor revolutie”
Volgens filosoof Bas Heijne, die een column aan de liquidatie wijdde in
het NRC, is er meer dan onvrede vereist voor een revolutie. "Je hebt er
ook zoiets als een visie voor nodig, hoe absurd en onwerkelijk ook. De
aanhoudende onvrede in Nederland komt juist voort uit het schrijnende
gemis aan welke visie dan ook, uit het ontbreken van iedere morele
hiërarchie in het omgaan met de buitenwereld - zodat een doodgeschoten
mus veel meer indruk lijkt te maken dan de dood van elf asielzoekers."
Beste mensen, laten wij de mus - die volgens Dodemus.nl “wreed uit ons
midden werd genomen” - vooral herdenken en koesteren als symbool van
onze natie. Als symbool van wat? Zegt u dat zelf maar in de comments.
Maar vergeet er geen visie aan te koppelen. Zo wil Bas Heijne.
Politiek-digitaal.nl, 21 november 2005
De dode mus van Peter R. de Vries
Stemmen heeft hij de afgelopen 20 jaar niet gedaan. Net als minister
Pechtold meent hij dat het probleem van Den Haag, Den Haag is.
Door Steven de Jong
Politici gaan – na verkozen te zijn – vooral hun eigen gang, is zijn
verwijt. Invoering van ‘Echte Democratie’ - met twee hoofdletters - is
waar hij voor gaat. Maar de man die faam maakte als luis in de pels van
het justitiële apparaat, maakt vooral een valse start.
Peter R. de Vries maakt ons blij met een dode mus.
Zijn intenties zijn oké. De Vries’ partij PRDV, voluit de Partij voor
Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang, wil de kloof tussen
politiek en burger dichten. "In onze democratie mogen de mensen één
keer in de vier jaar stemmen. Daarna gaan de politici weer vier jaar
hun eigen gang. Als we stemmen weten we niet eens welke regering er
komt of wie er minister-president wordt", zo analyseert de PRDV
verontwaardigd in een proclamatie.
Koninklijk servies
Los van wat kroonjuwelen (gekozen burgemeester, gekozen premier,
bindend referendum), wil De Vries de Eerste Kamer ontmantelen en de
Koning(in) uit de regering zetten. Dat laatste zit hem kennelijk hoog,
wat te begrijpen is. Ik zou me ook ongemakkelijk voelen als ik op
visite zou moeten bij een staatshoofd wier schoondochter ik eerder als
gangsterwijf ontmaskerde. En als het gaat om het gezegde 'Van de Prins
geen kwaad', is de crimefighter al helemaal niet van onbesproken
gedrag, getuige zijn column na het overlijden van Beatrix' vader: "Zijn
gedrag, als machtige vijftiger, grenst moreel gezien aan pedofilie en
neigt naar seksueel misbruik. Anders kan ik dat niet zien als een vent
van 56 jaar zich verlustigt aan een grietje van 19."
We kunnen het De Vries hierom niet kwalijk nemen dat hij en passant ook
nog korte metten wil maken met de aparte bescherming die het
Koningshuis geniet als het om beledigingen (majesteitsschennis) gaat,
maar je vraagt je af hoeveel koninklijk servies hij naar zijn hoofd
geslingerd krijgt wanneer hij op formatiegesprek moet bij Beatrix. Het
is maar goed dat De Vries persoonsbeveiliging heeft, want met
Zorreguieta’s in de familie weet je het maar nooit.
Mandaat
Maar wat De Vries werkelijk siert, is dat hij vraagt om een stevig
mandaat alvorens hij zich verkiesbaar stelt. Een luis in de pels was
hij immers al. De Vries verbindt zijn politieke toekomst aan de uitslag
van een TNS NIPO onderzoek op 16 december. Als tegen die tijd 41% van
de Nederlanders het een goed idee vindt dat hij de politiek ingaat, dan
stelt hij zich met de lijst PRDV verkiesbaar voor de volgende Tweede
Kamer verkiezingen. Die lat ligt hoog, want volgens het laatste
onderzoek van NIPO gunt 1 op de 4 kiezers Peter R. de Vries een plekje
op het pluche.
Echte Democratie
Scrollen we de proclamatie door, dan kunnen we ons afvragen of De Vries
eigenlijk wel in parlementaire democratie - waarvan hij deel uit wil
gaan maken - gelooft. Zeker nu hij heeft bekend de afgelopen 20 jaar
nooit te hebben gestemd. Waarom zouden wij burgers dan wel op De Vries
stemmen? Een aspirant-politicus die niet in zijn geambieerde functie
gelooft? Moeten we er genoegen mee nemen dat hij met
direct-democratische elementen de utopie van volksvertegenwoordiging
meent te kunnen verhullen? 'Het land teruggeven aan de burger' bekt
lekker, maar het ontbreekt hem aan het opvoeren van een echt
alternatief voor het huidige politieke bestel. Wanneer we aannemen dat
De Vries met 'Echte Democratie' bedoelt dat 'het volk regeert', had hij
dat toch op zijn minst beter kunnen uitwerken?
Boemerang
Om te beginnen had De Vries dat kunnen doen door zijn proclamatie te
beperken tot een model van 'Echte Democratie'. Dus geen op voorhand
vastgestelde politieke standpunten over zaken als 'pensioengerechtigde
leeftijd', 'sociale dienstplicht' en 'asielzoekers'. Dergelijke punten
kun je dan niet meer aan het volk voorleggen. Ze zijn immers
ingekapseld in een partijprogramma, die - jawel - voor vier jaar
vaststaan. Dan komt die boemerang van "politici gaan vier jaar lang hun
eigen gang" wel erg hard terug hoor, PRDV!
Internet
En hoe zit dat nou met dat internet? De Vries zei in zijn
persconferentie dat burgers de mogelijkheid moeten krijgen om vanachter
hun PC aan referenda deel te nemen. "Zodat ze niet meer door de regen
hoeven", voegde hij eraan toe. Aardig idee, maar los van het feit dat
er nogal wat zaken vaststaan in het programma van de PRDV geeft De
Vries niet aan hoe burgers werkelijk laagdrempelig bij
besluitvormingsprocessen betrokken kunnen worden. Want wat hebben
burgers aan een ‘ja/nee’-keuze, als zij niet betrokken worden bij het
bedenken van oplossingen? De kracht van een referendum is immers niet
het referendum an sich, maar de discussie die eraan vooraf gaat. De
uitkomsten van het debat, zouden de vragen voor het referendum moeten
zijn. De vraag is hoe je een echt maatschappelijk debat – buiten de
media om – organiseert. Daar hoor ik De Vries niet over.
Wel kondigde Peter R. de Vries aan dat de PRDV "op indringende en
eigentijdse wijze het internet gaat gebruiken om de bevolking te
betrekken bij haar campagne voor ingrijpende politieke vernieuwingen,
modern en daadkrachtig leiderschap”. Nu zul je denken: via
internetpolls gaat hij de burger bevragen over hoe die politieke
vernieuwingen vormgegeven moeten worden. Maar niets is minder waar. De
enige peiling die op de site staat gaat over de populariteit van de
partijvoorman zelf. Veel wol, grote woorden, weinig daadkracht. De
partijsite PRDV.nl is niets meer dan een gelikte marketingsite. Eén
waarvan de interactiviteit blijft steken op maximaal 5 reacties per
blog.
Dode mus
De intenties van Peter R. de Vries zijn goed, maar zijn beloften te
groot. "Ik ben iemand van een man een man, een woord een woord", zegt
hij in zijn weblog van 17 november (2 reacties). Maak ons dan
alsjeblieft niet blij met een dode mus, want zulk gevogelte heeft met
Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang helemaal niets te maken.
Politiek-digitaal.nl, 8 november 2005
Laat Frankrijk nog maar even branden
Volgens de Turkse premier Erdogan is het verbod op hoofddoekjes op
scholen één van de redenen voor de rellen in de verloederde
migrantenwijken in Frankrijk.
Door Steven de Jong
Naast het ontbreken van een echt sociale politiek, de georganiseerde
bendes, massale immigrantenstromen en de gettovorming kan hij daar best
weleens gelijk in hebben.
Als een overheid religieuze uitingen van vrije burgers verbiedt, wordt
menig gelovige op zijn ziel getrapt. En terecht. Nu zal Erdogan
verweten worden dat in zijn eigen land het dragen van hoofddoekjes in
openbare gebouwen en scholen ook grondwettelijk verboden is. Maar,
democratisch als-ie is, stelde hij eerder dit jaar voor het verbod in
een volksreferendum op te heffen. Zijn dochters zijn in verband met het
hoofddoekverbod in de Verenigde Staten gaan studeren.
Deels zal Erdogan best gelijk hebben, maar zijn uitspraak geeft
islamcritici wel wapens in handen om de Islam nog meer te
criminaliseren. Volgens AEL-leider Abou Djah Djah is de stedelijke
guerrilla niet geïnspireerd op religie, en laten we dat in Allah's naam
ook zo houden. De werkelijke oorzaak lijkt me eenvoudig. Het gaat om
jongeren met een uitzichtloos bestaan die leven in erbarmelijke
omstandigheden. Veelal migranten uit Noord-Afrika die door hun
etniciteit opgesloten zitten in een gemeenschap die tot de lagere
sociaal-economische klassen is gaan behoren.
Nieuwkomers waar dan ook - ongeacht hun kleur of overtuiging - zijn per
definitie minder kansrijk dan inboorlingen. Door taalachterstanden,
niet aansluitend onderwijs, helemaal geen onderwijsachtergrond of een
CV waar ze in het gastland niets aan hebben. Probleem is dat die meeste
nieuwkomers dezelfde kleur en dezelfde overtuiging hebben.
Zolang we bovenstaande op ėėn hoop blijven gooien, het onderscheid niet
meer kunnen maken en er niet alles aan doen om migranten te motiveren
en handvesten te geven om te participeren in de maatschappij, zal
onvrede zich blijven vertalen in agressie tegen de staat en inheemse
bevolking. Zij zijn het immers die de directe link leggen tussen
criminaliteit en etniciteit en religie. Treiterijen als het verbieden
van hoofddoekjes is dan olie op het vuur. Want een behoofddoekte
rechter zal huis niet de Sharia praktiseren, net zo min als een
scholiere met een hoofddoekje de inhoud van het onderwijs kan
beïnvloeden. Met zo’n verbod schoffeer je een hele cultuur.
In deze sympathiseer ik dus meer met de relschoppers, dan met de Franse
minister Sarkozy die sociale problematiek meent te kunnen oplossen met
een “hogedrukreiniger”. Laat Frankrijk dus nog maar even branden, dan
kan het straks met werkelijk sociaal en verantwoord beleid geblust
worden.
Politiek-digitaal.nl, 7 november 2005
Moslimpesten als nationale volkssport
Het ‘profiel’ van de radicaliserende moslim met een voortijdige hunkering naar 72 maagden kennen we inmiddels wel.
Door Steven de Jong
Zo waren de jongemannen die de metrotunnels in Londen verbouwden
voorbeeldige studenten aan de universiteit Leeds. Noemde een oud-docent
van Mohammed B. zijn voormalig leerling een "slimme jongen die er wel
zou komen" en schijnt Samir A. volgens zijn chemiedocent "heel normaal,
vriendelijk en sociaal" te zijn.
Wolven in schaapskleren dus. En daarom, zo verkondigde staatssecretaris
Rutte onlangs, is waakzaamheid geboden. "Als iemand echt raar gaat doen
en bijvoorbeeld ineens alles wil weten over de heilige oorlog, dan moet
dat worden doorgeven aan het schoolbestuur en de AIVD. De
inlichtingendienst moet dan constateren of het toch gewoon om een
afwijkende belangstelling gaat." Hoezo afwijkende belangstelling? Het
lijkt me meer dan logisch dat moslims zich tegenwoordig bekommeren om
hun broeders in Afghanistan, Irak, Palestina en Tsjetsjenië. Zo
gerechtvaardigd zijn die oorlogen van Bush en bondgenoten nou ook weer
niet.
Waar ik me meer zorgen om maak is de radicalisering onder autochtonen,
ingegeven door een uit zijn voegen gebarsten mediahype. Groenlinks
Kamerlid Naïma Azough verwoordde het als volgt: "Vroeger was ik nog
gewoon Naïma, nu ben ik Marokkaan." De moslimidentiteit is synoniem
geworden aan eerwraak, huiselijk geweld, criminaliteit en terrorisme.
Dat terwijl – als ik met moslims over hun religie spreek – een ander
beeld krijg. Zo ook toen ik in Istanbul moskeeën bezocht. Ik zie daar
vrome mensen die een zinvolle betekenis aan hun leven willen geven. De
shoarmaboer op de hoek heeft met zijn kromzwaard nog steeds niet mijn
kop eraf gehakt, maar gebruikt het om een schaap zodanig ambachtelijk
te bereiden dat het tussen mijn broodje past.
Wat hebben de islamkritische ‘helden’ van de vrijheid van meningsuiting
dan eigenlijk bereikt? In de veronderstelling dat de Jihad met een
pennenstrijd te stoppen is, hebben zij – door de moslimgemeenschap als
geheel te criminaliseren – sociale uitsluiting gekatalyseerd. Dat na de
moord op Van Gogh de pleuris uitbrak, zegt meer over onze xenofobie dan
over vermeende islamitische moordlust. Zolang wij onze moslimmakkers
met argwaan benaderen, hen niet uitnodigen voor sollicitatiegesprekken
en vuile blikken blijven toewerpen, moeten we ook niet raar opkijken
dat bij een enkeling de stoppen doorslaan en de Koran misbruikt wordt
om de Jihadistische leer te praktiseren.
Om met een citaat uit het videotestament van Samir A. af te sluiten:
"Jullie worden als strijders beschouwd, omdat jullie deze regering
hebben gekozen." Denk daar even aan bij de komende verkiezingen…
Politiek-digitaal.nl, 31 oktober 2005
Schrijftafelterroristen
Niet Mohammed B, maar het rechterkamp der opiniemakers en politici
deden Nederland het afgelopen jaar op hun grondvesten schudden.
Door Steven de Jong
In de veronderstelling dat de Jihad met een pennenstrijd te stoppen is,
hebben zij – door de moslimgemeenschap als geheel te criminaliseren –
sociale uitsluiting gekatalyseerd.
Dankbaar maakten zij misbruik van de hysterie onder autochtonen.
Nazi-minister Goebbels verbleekt bij het propaganda-offensief van deze
schrijftafelterroristen.
Bush of Kerry, daar had het die 2e november, nu precies een jaar
geleden, over moeten gaan. Ik had kaarten voor de President’s Night in
de Melkweg, waar onder andere Wouter Bos, Maurice de Hond en Theo van
Gogh zouden debatteren. Laatstgenoemde bleek echter verhinderd te zijn.
“Er is vandaag een Amsterdammer vermoord”, zo had burgemeester Cohen
zijn stadsgenoot eerder die avond netjes afgemeld op de Dam.
Oorlogstrommel
Een Amsterdammer vermoord, was het daar maar bij gebleven. Er worden
immers – volgens de misdaadcijfers – wel meer moorden gepleegd, zo’n
200 per jaar. Om uiteenlopende redenen. Maar deze moord was anders. De
burgervader riep de opgetrommelde menigte op om als “symbool van onze
vrijheid” tien minuten lang een lawaaidemonstratie te geven. Pollepels
en pannendeksels kwamen te voorschijn, handen klapten ferm en ritmisch
op elkaar, knalvuurwerk werd afgestoken, longen werden leeggeblazen op
fluitjes. En om de boel nog meer op te zwepen sloeg iemand op het
podium onvermoeid op een oorlogstrommel. Boem, boem, boem.
Collectieve emoties
Prachtig idee natuurlijk om op die manier collectieve emoties te
kanaliseren, maar het kwam op mij nogal beangstigend over. Zeker toen
ik de menigte observeerde. Dit waren geen demonstranten, geen
activisten, geen mensen met een eensgezinde ideologie. Het was een
afspiegeling van de Nederlandse bevolking: jongeren, ouderen, mensen
met kinderen, zakenlieden, arbeiders. Allen waren zij vol afschuw over
een misdaad die symbool ging staan voor de bijl aan de wortel van onze
democratische rechtsstaat. Allen waren zij ook – op een enkeling na –
wit en autochtoon. Het kabaal is sinds die novemberavond niet meer
opgehouden. “Er is in de krantenkolommen nog nooit zoveel gepist en
gepoept als na de moord”, zei publicist Mohammed Benzakour vorige week
in HP/De Tijd.
Bizar
Maar goed, ik was niet voor die lawaaidemonstratie naar Amsterdam
gekomen. Ik was op weg naar de Melkweg voor de President’s Night. Of
beter gezegd, Van Goghs Night: alle debatten stonden in het teken van
de moord. Zelfs op Fox News – wat op de muur werd geprojecteerd –
berichtte de verslaggever over wat er in Nederland voorgevallen was.
“Bizar”, merkte een vriend op. Bizar is ook de wijze waarop
opiniemakers de as van Theo van Gogh verstrooiden over de
integratieproblematiek. Bizar is hoe moslims tegen de muur werden gezet
om verantwoording af te leggen. Want, ja, Mohammed B. rechtvaardigde
zijn daad immers met koranverzen.
Afshin Ellian
Zelfs Afshin Ellian, de hoogleraar rechtsfilosofie en columnist die
gevlucht is uit Iran, greep de moord aan om de islamieten te
criminaliseren. Ellian jammerde in elk publiek optreden dat hij na 2
november 2004 terug beland is in het Midden-Oosten, maar weigert
daarbij onderscheid te maken tussen zijn geboorteland en Nederland.
Hier krijg je alle ruimte om te schrijven en zeggen wat je wilt, daar
niet. In Iran worden dissidente uitingen van overheidswege bestreden,
in Nederland blijft het bij burgers die elkaar bedreigen.
Denkers als Ellian leven in de veronderstelling dat zij met columns en
essays een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het conflict
tussen de Arabische en Westerse wereld. Dat ze met hun pen de Jihad
kunnen stoppen. Historicus Geert Mak probeert in het pamflet ‘Gedoemd
tot kwetsbaarheid’ op “tirannieke wijze de lieve vrede te bewaren”,
meent Ellian. Ik heb dat pamflet twee keer gelezen en kan me nog steeds
niet voorstellen waarom rechtse politici en opiniemakers er zo
verongelijkt op reageerden. Als je jezelf geen ‘handelaar in angst’
vindt, hoef je die schoen toch ook niet aan te trekken? Personen worden
immers nauwelijks bij naam genoemd in het pamflet.
Self-fulfilling prophecy
Degenen die hun kijkers, kiezers en lezers keer op keer waarschuwen
voor een apocalyptisch inferno van ‘moslimkwaad’, blijken te beroerd om
de hand in eigen boezem te steken. Van zelfverklaarde intellectuelen
mag je toch verwachten dat ze bekend zijn met de sociale mechanismen
waardoor samenlevingen ontwricht kunnen raken? Het perverse is dat ze
het doemscenario waar ze voor waarschuwen, zelf in de hand werken:
self-fulfilling prophecy heet dat. Door moslims telkens ter
verantwoording te roepen voor radicale excessen, bestrijd je geen
extremisme maar wakker je juist de xenofobie van autochtonen aan jegens
moslims. Dat werkt averechts, die verdachtmakingen. Sociale uitsluiting
is het gevolg.
Marinus van der Lubbe
Wat dat betreft kunnen we veel leren van de Tweede Wereldoorlog. Niet
zozeer om rechtse oproerkraaiers van fascistisch gedachtegoed te
betichten, maar wel om hen te wijzen welk gevaar er schuilt in hun
methodieken. Zo grepen de nationaal-socialisten destijds ook
(terreur)aanslagen van individuen aan, om bevolkingsgroepen in het nauw
te drijven en eigen beleid te rechtvaardigen.
Toen de als communistisch activist bestempelde Marinus van der Lubbe op
27 februari 1933 de Reichstag aanstak, verklaarde Hitler dat God
hiermee het teken gaf om de communisten met ijzeren vuist te
vernietigen. Een golf van staatsterreur rolde over Duitsland. Duizenden
communisten, sociaal-democraten en andere tegenstanders van het
nationaal-socialisme werden gearresteerd. Vanwege de noodtoestand kon
Hitler, conform artikel 48 van de Grondwet, de burgerlijke
vrijheidsrechten ‘opschorten’.
Herschel Grynszpan
Vijf jaar later werd de zelfde methode beproefd door nazi-minister
Joseph Goebbels. Aanleiding was een moord bij de Duitse ambassade in
Parijs. Uit onvrede over de behandeling van zijn familie in
nazi-Duitsland, schoot de zeventienjarige jood Herschel Grynszpan daar
de diplomaat Ernst Eduard vom Rath dood. Goebbels besloot daarop in een
rede de hele Joodse gemeenschap verantwoordelijk te stellen voor de
daad. Er volgde een georganiseerde aanval op de joodse inwoners in
Duitsland. In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden zo’n 267
synagogen in brand gestoken en moesten 7.500 winkels en bedrijven het
ontgelden. 91 joden lieten het leven. Deze gemanipuleerde volkswoede is
beter bekend als de Kristallnacht en geldt als het startsein voor de
Holocaust.
‘Der Ewige Jude’
Goebbels was in de eerste plaats een publicist. Als een componist
schreef hij speeches: hij gaf elke stembuiging, elk gebaar en zelfs de
plaatsen waar hij moest wachten op applaus of gejuich, in kleur aan op
zijn papieren. Zijn cinematografisch talent legde hij aan de dag met de
documentairefilm ‘Der Ewige Jude’, waarin hij beelden van knagend
ongedierte afwisselde met beelden van Joden. Geert Mak merkt terecht
een technisch verband op tussen ‘Der Ewige Jude’ en ‘Submission’ van
Ayaan Hirsi Ali: "Zonder dat de makers dat waarschijnlijk beseffen,
hanteerden ze, bijvoorbeeld, hetzelfde schema dat Joseph Goebbels in
1940 toepaste in zijn beruchte film 'Der Ewige Jude': het tonen van
weerzinwekkende beelden van het jodendom, met daarnaast – in dit geval
ook nog gefingeerde – citaten uit de talmoed.”
Sociaal isolement
Publicisten en politici als Asfin Ellian, Ebru Umar, Ayaan Hirsi Ali,
Sylvain Ephimenco en Geert Wilders mogen zich dus weleens afvragen welk
doel ze dienen met hun uitingen. Wat ze beogen met het tonen van hun
morele verongelijktheid, het trappen tegen culturen en criminaliseren
van een religie. De moslimgemeenschap in het Nederland van nu is
kwetsbaar. Door moslims continu te overladen met negativisme, druk je
hen nog verder in het sociale isolement van hun achtergestelde positie.
Het is niet verwonderlijk dat Marokkaanse jongeren de
criminaliteitslijstjes aanvoeren. Het komt mede doordat ze niet kunnen
aarden in een land waar ze als ongewenste gasten worden behandeld: waar
de naam Mohammed op een sollicitatiebrief reden is om iemand niet uit
te nodigen op gesprek.
Democratisch deficit
Als we in Nederland zo doorgaan roepen we de terreur over onszelf af.
De New York Times kwalificeerde ons na de moord op Van Gogh als “Polder
of Evil” en de Italiaanse staatstelevisie als “het verloren paradijs;
het proeflaboratorium waar het multiculturele experiment is mislukt”.
Het buitenlandse beeld van Nederland als tolerant land verschoof naar
een natie in burgeroorlog. De electorale turbulentie legt de politieke
instabiliteit van dit volk aan de dag en daarmee het deficit van de
parlementaire democratie. Als er eind november 2004 verkiezingen waren
gehouden, had Geert Wilders premier kunnen worden. Los van mijn
persoonlijke opvattingen over Wilders, lijkt me dit niet gewenst nu
diezelfde Wilders momenteel in de peilingen op ėėn zetel blijft steken.
Goebbeliaanse propaganda
Er is zelfs een Amerikaans bedrijf geweest dat een slaatje uit deze
instabiliteit probeerde te slaan. De geneesmiddelenfabrikant Pfyzer en
voormalig hoofdsponsor van de Burke Stichting liet in een geheime
notitie aan oud-voorzitter Bart Jan Spruyt weten dat hij middels
publicaties politieke en maatschappelijke crises moest aangrijpen om
het conservatieve gedachtegoed uit te dragen. Dergelijke methodes zijn
momenteel algemeen geaccepteerd in de beroepspolitiek van de hardliners
in het publieke debat en de ‘volksvertegenwoordigers’ in de Tweede
Kamer. Integratieproblematiek wordt uitgelicht, gekoppeld aan
terrorisme en vertaald in politieke propaganda.
Als er iets is geweest dat de Nederlandse samenleving op haar
grondvesten heeft doen schudden, is het niet Mohammed B. maar de
verwerpelijke Goebbeliaanse propaganda die door opiniemakers en
politici wordt gebezigd. Job Cohen gaf ons tien minuten voor de
lawaaidemonstratie op de Dam. Ik denk dat die nu wel voorbij zijn.
Magazine Sax, 4 oktober 2005
Medezeggenschap voor studenten
Studenten maken nog steeds geen optimaal gebruik van hun rechten op
het gebied van medezeggenschap, staat in een rapport van het ministerie
van Onderwijs.
Door Steven de Jong
Naar verluidt zal staatssecretaris Rutte de medezeggenschap van
studenten gaan versterken in de nieuwe wet op het Hoger Onderwijs.
Dat is goed nieuws. Ook de manier waarop de wet tot stand komt lijkt
weinig reden om de wenkbrauwen op te trekken. Studentenorganisaties als
de LSVb, het LOF en SOM hebben hun wensen kenbaar kunnen maken in de
opzet van de wet. Het nieuwe systeem moet bevorderen dat het bestuur
door medezeggenschap overtuigd wordt en vice versa. Toch zal de wet
weinig meer opleveren dan een aangescherpt statuut, waarin bevoegdheden
van de medezeggenschapsraad worden opgerekt dan wel een wettelijke
basis krijgen. Regelingen die gaan over instemmingsrechten op het
gebied van de onderwijs- en examenregeling, studentenvoorzieningen,
instellingsplannen. En over adviesrecht op het gebied van begroting,
personeels- en benoemingsbeleid, enzovoorts.
De medezeggenschapsraad heeft dus iets weg van een gemeenteraad. En de
raad van bestuur lijkt in die zin op een college van burgemeester en
wethouders. Een dergelijk stelsel voor Hoger Onderwijs-instellingen met
meer dan tienduizend studenten en medewerkers is geen overbodige luxe.
De belangen van de studenten worden, formeel gesproken,
vertegenwoordigd. Maar weet die medezeggenschapsraad, bestaande uit
studenten, wel wat hun studiegenoten willen? Of geeft het feit dat zij
zelf studenten zijn al genoeg legitimatie om op te treden als
spreekbuis?
Ik denk van niet. Want net als een gemeenteraad, zal ook een
medezeggenschapsraad vervreemden van de mensen die zij
vertegenwoordigt. Wat ik mis in het ontwerpwetsvoorstel is dus niet de
inspraak van de medezeggenschapsraad in het bestuur – dat lijkt wel
goed te zitten -, maar de wijze waarop de belangen van studenten in
kaart gebracht kunnen worden, hoe de vinger aan de pols van de student
gehouden kan worden. En daar zou het werkelijk om moeten gaan, daarvoor
is een medezeggenschapsraad, toch?
Als de inzet van het nieuwe plan ‘meer inspraak’ is, dan valt er nog
wel een blik aan democratische tools open te trekken. Denk bijvoorbeeld
aan de buurtsites van de gemeente Rotterdam. Wethouder Pastors geeft
bewoners subsidie om een eigen site te beheren, waarop zij problemen in
de wijk kunnen bediscussiëren en ideeën kunnen opperen voor de
inrichting van hun wijk. De sites worden beheerd door ambtenaren, die
verslag uitbrengen aan de gemeenteraad. Zou het daarom geen goed idee
zijn om klassensites te ontwikkelen die geadopteerd worden door leden
van de medezeggenschapsraad?
Magazine Sax, 3 september 2005
The King
“Is er iemand aanspreekbaar?", zei de gek. Nee, niemand was
aanspreekbaar in de propvolle bus van Apeldoorn naar Deventer met
verhitte, gestrande treinreizigers.
Door Steven de Jong
Even daarvoor was de man ingestapt, gekleed in een nette pantalon met
daarboven een evenzo keurige blouse. Gepensioneerd, maar goed
vermogend, zo deed zijn verschijning voorkomen. Kortom, niets aan het
handje zou je zeggen.
Nou ja, niets? Hadden wij burgers niet ooit afgesproken dat we elkaar
in de publieke ruimte met rust laten, niet zomaar aanschieten voor ‘een
praatje’? Vragen van hoe kom ik van A naar B, die zijn oké. "Lekker
weertje, hè?", kan net nog. Maar ouwehoeren over zaken die er echt toe
doen, die bewaar je maar voor thuis, zo is ons burgers met de paplepel
ingegoten.
Niet gehinderd door het uitblijven van interactie vervolgde de oude
baas zijn verhaal. In het Nederlands, Engels en Frans, waarbij hij het
aanhalen van de grote filosofen niet schuwde. Napoleon is zijn held, en
zelf doet hij daar niet voor onder. "I’m the King!", verzekerde hij de
passagiers die ongemakkelijk wegdoken in een Spits of Metro.
‘The King’ was zonder bestemming. "Ik zie wel waar ik uitkom", deelde
hij de passagiers mede, wetend dat iedereen indachtig naar hem luistert
én hem tegelijkertijd negeert. "Ik merk dat sommige personen in deze
bus enige moeite hebben zich in het publiek te manifesteren",
constateerde hij droogjes. ‘The King’ legde zo in één zin de sociale
teloorgang van onze samenleving bloot, daar in die godvergeten bus.
Want, is het werkelijk zo sociaal wenselijk dat we elkaar in het
openbaar vervoer krampachtig negeren?
Niets rijmt meer. We foeteren op Talpa, maar toch zijn we De Mol
dankbaar voor het opsluiten van onverlaten in een commerciële kijkdoos.
We zijn maanden in diepe rouw en ontsteltenis om de moord op één
dorpsgek, terwijl iedereen een hekel aan hem had én iedereen hem las.
We stemmen op politici die ‘zeggen wat ze denken en doen wat ze
zeggen’, maar niemand kwam er vooruit dat hij in professor Pim een
‘Kale Verlosser’ ontwaarde. "Vrijheid van meningsuiting is een
kernwaarde waar onze vrije samenleving op gestoeld is", praten we
elkaar na.
De treurige paradox is alleen dat we juist van de waarden die we zo
hoog achten, zo min mogelijk gebruik maken. Het ‘publieke debat’ leeft
niet onder het publiek. En ‘The King’? Die noemen we geestesziek, of
zit er misschien bij ons juist een steekje los?
Politiek-digitaal.nl, 23 juli 2005
Nederlandse overheid nodigt terroristen uit
In de nasleep van de moord op Van Gogh heeft Nederland – aangejaagd
door handelaars in angst – zich laten ophitsen en schijntolerantie
ingeruild voor xenofobie tegenover Moslims.
Door Steven de Jong
Een dermate instabiele samenleving van licht ontvlambare burgers is
gebaat bij doortastende risico- en crisiscommunicatie van
overheidswege. Bij terreur is het immers niet het aantal doden dat
telt, maar de mate waarin een samenleving ontwricht raakt. Toch slaagt
de overheid er niet in onze publieke emoties te kanaliseren, maar
verhevigt ze die door bestuurlijk amateurisme. Een uitnodiging aan
terroristen.
Risico- en crisiscommunicatie is de ingewikkeldste vorm van
overheidscommunicatie die er bestaat, heb ik me laten vertellen op een
symposium van Binnenlandse Zaken. Liever had ik gehoord dat het een
piece of cake is, aangezien de Nederlandse overheid nou niet de eerste
de beste is die je communicatietaken kunt toevertrouwen, laat staan
ingewikkelde. Erger nog, wanneer je politieke kopstukken als Donner en
Remkes het woord geeft, raakt het land in rep en roer.
Alarmfase geel met een vleugje oranje
Vorig zomer nog. Op basis van AIVD-informatie besloot minister Remkes
een ‘terreuralarm’ af te geven. Aan direct verantwoordelijken had hij
al opdracht gegeven om concrete objecten en locaties te beveiligen,
maar ten behoeve van de ‘algehele waakzaamheid’ leek het hem ook
verstandig de terreurdreiging publiekelijk te kenschetsen als
“alarmfase geel met een vleugje oranje”. Eén probleempje; Nederland had
en heeft helemaal geen alarmeringssysteem dat met kleurtjes
communiceert, het is nog steeds in ontwikkeling. Amerika heeft zo’n
systeem wél paraat, hoewel ze daar de randjes weglaten en het bij effen
geel, oranje en rood houden.
Zekerheid en slagvaardigheid
Waar het om gaat, en wat de minister niet begreep, is dat het hele idee
van elk systeem met symbolen is dat je weet waar de gebruikte tekens
voor staan. Ieder kind dat op de lagere school bijgebracht wordt hoe je
met de trein leert reizen, kan het de bewindsman uitleggen. In Amerika
zijn daarom aan de gebruikte kleuren maatregelen verbonden, die de
hulpdiensten zekerheid en slagvaardigheid bieden. Kortom, ze weten wat
er te doen staat als Al-Qaeda in da house is. De politievakbond ACP –
die overspoeld werd met klachten van agenten en korpschefs - liet
blijken zich groen en geel te ergeren aan Remkes’ waarschuwingen, omdat
“agenten via teletekst moesten vernemen dat het terreuralarm was
afgekondigd”.
Samir A. op wenken bediend
Het klungelige ‘terreuralarm’ was afgekondigd – zo bleek maanden later
- op basis van een huiszoeking bij de 18-jarige Samir A. die
plattegronden verzamelde van instanties die de democratische
rechtsstaat belichamen. Concrete gebouwen waar de reeds in hechtenis
genomen en later vrijgesproken jongeman het op gemunt zou hebben, waren
dus aanleiding om waarschuwingen de deur uit te doen in termen van
“gebieden in Nederland” en “geel met een vleugje oranje”. Samir A.,
mocht hij al terroristische plannen gehad hebben, werd - ondanks een
vermeende verijdeling van zijn ambitieuze plan - op zijn wenken
bediend: de terreur, ofwel het zaaien van angst, was geschied.
Communiceren zonder te instrueren
Dit voorbeeld geeft zo ongeveer blijk van alle valkuilen die je in de
risico- en crisiscommunicatie kunt hebben. Communiceren zonder te
instrueren en alarmeren zonder te specificeren. Natuurlijk hoeft de
AIVD niet al haar informatie in persberichten naar buiten te brengen,
maar burgers hebben er wel recht op te weten waar ze rekening mee
moeten houden en hoe ze zich daar op voor kunnen bereiden.
Het is niet het aantal doden dat telt...
Het instrueren van hulpdiensten, korpsen en eenheden dient a-priori
gescheiden te zijn van publieksverlichting. Maar wanneer bijvoorbeeld
de Coentunnel wordt afgezet door gemaskerde en tot de tanden toe
bewapende Bijzondere Bijstands Eenheden (BBE), dient de overheid wel te
communiceren hoe de burger daarop moet reageren. Want bij terreur is
het niet zozeer het aantal doden dat telt, maar vooral de
maatschappelijke onrust die het teweeg brengt. Het doel van terroristen
is immers het ontwrichten van een samenleving. Dat doel reikt verder
dan het doden van mensen of het uitschakelen van metro’s, het gaat om
het ophitsen van bevolkingsgroepen tegen elkaar. Verdeel en heers, dat
is de methode.
Kanaliseren van publieke emoties
Het antwoord dat hierop van overheidswege gegeven moet worden is niet
alleen een degelijke coördinatie in de crisisbeheersing of een sterk
opsporingsapparaat, maar vooral het kanaliseren van publieke emoties in
doortastende risico- en crisiscommunicatie. De Britse overheid, en met
name burgemeester Ken Livingstone van Londen, heeft dat door.
Wij nodigen terroristen uit
In Nederland klungelen we nog maar wat aan, wij nodigen terroristen
uit. Blaas de boel maar op, dan zorgen wij er wel voor dat we de
samenleving verder ontwrichten. Na de moord op Theo van Gogh hebben we
al laten zien hoe goed we daarin zijn. Het is nu wachten op de echte
klapper, die wij – en in het bijzonder de overheid – over ons zelf aan
het afroepen zijn.
Politiek-digitaal.nl, 12 juli 2005
Mind the Gap
191 reizigers vonden de dood op het Madrileense spoor, voor ruim
vijftig Londenaren was eenzelfde lot beschoren, maar als het om het
ontwrichten van samenlevingen gaat, geniet Nederland nog steeds de
twijfelachtige eer het diepst getroffen te zijn door terroristisch
geweld.
Door Steven de Jong
Dat laatste hebben wij niet aan die ene moord van Mohammed B. te
danken, maar aan onszelf. Terecht stelde Geert Mak in zijn pamflet
‘Gedoemd tot kwetsbaarheid’ dat in Nederland “de kelders” opengingen,
dat er volop “handel in angst” werd gedreven.
Door opiniemakers, politici en de media in het algemeen. Ja, de media
in-het-algemeen. Want waar de publieke omroep in andere landen een
stabiliserende functie in crisistijd vervult, stookten Nova, Buitenhof,
Netwerk, 2Vandaag de veenbrand zonder gêne op tot een uitslaande brand.
Het tolerante landje aan de Noordzee veranderde in de ogen van de New
York Times in een “Polder of Evil”. De Italiaanse staatstelevisie
meende dat wij afgezakt waren tot een “verloren paradijs”.
Nu stelde Mak nog dat in de buurthuizen, op straat en in de
verenigingen het leven van de doorsnee burger gewoon doorging. Dat de
bevolking als geheel niet radicaliseerde. Maar hoe kon het dan zo zijn
dat Geert Wilders in nog geen twee weken na de moord in de peilingen
uitgroeide tot tweede partij van Nederland? Schijntolerantie maakte
plaats voor xenofobie. Het handelen in angst had zijn vruchten
afgeworpen. Nadat op 6 mei 2002 ‘de democratie was vermoord’, werd het
‘omleggen van de vrijheid van meningsuiting’ de druppel die de emmer
deed overlopen. Nederland boog niet voor terreur, maar stond op haar
achterste poten. Het maakte Mohammed B. tot een groots Jihadstrijder.
Het enige waar hij rouwig om lijkt te zijn is het feit dat hij niet als
martelaar is gestorven, maar getherapeutiseerd gaat worden in een
TBS-kliniek.
Hoe anders is de reactie van de Britten? Hoe anders zijn de
krantenkoppen de day after? Anders dan de Nederlanders, laten de
Britten zich niet kisten. Alles doen ze eraan om het ‘gewone leven’
weer op te pakken. Tegen het advies van forensisch onderzoekers werd de
metro de dag erna weer in gebruik genomen, gevuld met mensen die ‘m op
‘7/7’ ook namen. Waar Nederlandse politici na 2 november moord en brand
schreeuwden, loodste burgermeester Ken Livingstone zijn burgers door de
crisis en prees hen om hun bewaarde kalmte. “Het maakt niet uit wat
jullie doen. Jullie krijgen ons nooit kapot. Dit blijft een stad van
vrijheid waar mensen naast elkaar in harmonie kunnen leven", was zijn
boodschap aan de terroristen.
Van links tot rechts had de Nederlandse politiek na 2 november een
geheel ander antwoord. Wouter Bos noemde de moord de “Nederlandse 11
september”, om nog maar niet te spreken van wat het Kabinet allemaal
uitkraamde.
De Britten worden momenteel terecht geroemd om hun crisis- en
risicocommunicatie. De bevolking was goed voorbereid op een aanslag.
“Meldt het als u iets verdachts ziet”, schreeuwen bordjes in de
underground de reizigers toe. De folder ‘Preparing for Emergencies’ die
vorig jaar augustus aan ieder huishouden werd gezonden getuigt van een
realistische risicocommunicatie, iets waar de Nederlandse overheid nog
geen kaas van heeft gegeten.
Maar wat de Britten nog het best in hun oren geknoopt hebben is het
alom bekende geschal “Mind the Gap” dat honderden keren per dag door de
intercom schalt in de schachten van het openbaar vervoer. “Mind the
Gap”, ofwel denk om de kloof, de polarisatie.
Politiek-digitaal.nl, 4 juni 2005
TBS met dwangverpleging, dat is wat we nodig hebben
"Een mix van Harry Potter en brave stijfburgerlijkheid, een man in
wie ik geen spoortje charisma kan ontwaren", zo omschreef de Belgische
minister De Gucht onze morele autoriteit des vaderlands.
Door Steven de Jong
De Belg had het ook over ons, de Nederlanders. Wij zijn vluchtig en
onberekenbaar. En autistisch, zo blijkt uit een peiling van Maurice de
Hond. Een volk krijgt de leider die het verdient, zo blijkt maar weer.
Belgen zijn dom en wij zijn slim, zo lagen de verhoudingen. Klip en
klaar, daar kon geen misverstand over zijn. Maar, het tij is gekeerd.
Want nu onze zuiderburen terug gaan pesten, is het hek van de dam.
Desondanks moeten we nog een tijdje langer mee in Europa, iets dat geen
vanzelfsprekendheid meer is nu we de Europese Grondwet hebben verworpen.
Het licht mag dan wel niet uitgegaan zijn (Brinkhorst) en ook oorlog is
gelukkig uitgebleven (Donner), maar Balkenendes voorspelling dat hij
voor gek zou staan in Europa bij een ‘nee’ komt eerder uit dan
verwacht. Voor gek, voor het Nederlandse volk welteverstaan. Want
hoezeer je de regeringscampagne ook kunt kritiseren, nog stompzinniger
is ‘nee’ te zeggen tegen een Europees Verdrag om de nationale regering
een hak te zetten. En alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, gaan
er nu ook massaal stemmen op om meteen maar nieuwe verkiezingen uit te
schrijven. Dat zou zo’n beetje het failliet van dit direct-democratisch
instrument zijn, elk toekomstig referendum zou niet meer over het in
stemming gebrachte thema gaan maar over de toekomst van het
landsbestuur.
Bestuderen we de cijfers van Maurice de Hond, dan had de
referendumvraag dus net zo goed kunnen zijn: “Bent u voor of tegen het
kabinet?” of “Staat u achter de regering in haar wijze van campagne
voeren of niet?” Hilarisch is ook de veronderstelling van 43 procent
van de tegenstemmende respondenten dat ze in het geheel niet hun
stemkeuze hebben laten leiden door emotionele elementen. Over autisme
gesproken. Kortom, het volk krijgt de leider die het verdient. Een
autist die autisten vertegenwoordigt, hoezo kloof tussen burger en
politiek?
De Belgische minister probeert de mislukte ja-campagne nog te
vergoelijken door te zeggen dat de publieke opinie in Nederland heel
vluchtig en onberekenbaar is. “Dat bleek wel bij de snelle opkomst van
Fortuyn”, aldus De Gucht. Hij heeft gelijk, want hoe kan een Kamerlid
dat krasse uitspraken doet binnen twee weken na een terreurdaad in de
peilingen uitgroeien tot tweede partij van Nederland? Precies, dat kan
alleen bij een volk dat het verstand in de onderbuik heeft zitten.
Nederlanders zijn niet alleen vluchtig en onberekenbaar, het is ook nog
eens een gevaarlijk volkje. Er hoeft maar één populist op te staan en
we marcheren er eensgezind achteraan. Voor Europa is het misschien maar
beter als we onze klep even gedeisd houden. Dat hek wat vele
tegenstemmers om Nederland willen zetten, is zo’n slecht idee nog niet.
TBS met dwangverpleging, dat is wat we nodig hebben.